Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grensstadje Weissenburg, waar zich den dag te voren een vooruitgeschoven divisie van het Fransche leger onder den generaal Douay had vertoond. Deze werd onverhoeds door een groote overmacht overvallen en, daar zij geen bijstand kon erlangen wegens den grooten afstand die haar van het Fransche hoofdleger scheidde, geheel en al verslagen. Haar aanvoerder sneuvelde reeds een uur na den aanvang van den strijd. De Beijeren en Wurtembergers hielden zich goed, ook de Franschen streden met grooten moed tegen de steeds aangroeiende overmacht; het verlies was aan beide zijden groot, de üuitschers verloren 1550 man, waaronder 90 officieren, de Franschen bijna evenveel, maar daarenboven een aantal gevangenen, waaronder het bataillon dat de stad Weissenburg had bezet gehouden en niet spoedig genoeg had kunnen terugtrekken.

De Maarschalk Mac Mahon, die de Fransche troepen in den Elzas onder zijne bevelen had, haastte zich, na den uitslag van het ongelukkige gevecht te Weissenburg te hebben vernomen, om de invallende legermacht der Duitschers tegen te houden. De vraag deed zich bij den opperbevelhebber en zijne hoofdofficieren voor, of men naar de Vogezen zoude terugtrekken en den vijand daar afwachten, dan wel dadelijk slag leveren. Tot het laatste werd besloten en de 7e" Augustus voor den aanval bepaald. Ook de Kroonprins had dien dag vastgesteld om zijne aanvallende beweging voort te zetten. De beide legers waren echter zoo dicht tot elkander genaderd dat reeds den 6en Augustus een ontmoeting plaats had te Wörth. Mac Mahon had gehoopt zooveel mogelijk alle legercorpsen die in de nabijheid waren te vereenigen, ook dat van den generaal Failly, dat nog op grooten afstand was en dat eerst 7 Augustus kon aanwezig zijn. Het gemis van deze legerafdeeling verzwakte zijne krijgsmacht zeer. De Duitschers daarentegen konden al hunne legercorpsen in den loop van den dag op het slagveld vereenigen. Naarmate hunne overmacht grooter werd, werd de toestand van het Fransche leger hachelijker. In den namiddag werd nog een wanhopige poging gedaan door de Fransche ruiterij om den vijand terug te dringen, maar het terrein was voor deze beweging zeer ongunstig, de kurassiers die zich voortreffelijk weerden, werden bijna geheel vernietigd. Om vier uren was het Fransche leger in vollen aftocht, het werd spoedig een ordelooze vlucht. 9000 gevangenen, 30 kanonnen en 3000 paarden vielen in handen van den vijand. Het verlies bedroeg meer dan 6000 man, waaronder een groot aantal hoofdofficieren. De chef van den staf

Sluiten