Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er zich mede gevleid, dat hij zijn zelfvertrouwen had herkregen toen hij eensklaps met ongewone stoutmoedigheid den oorlog met Duitschland was begonnen. Maar in plaats van overwinningen te kunnen berichten had hij slechts nederlagen moeten melden, en de schuld aan deze nederlagen werd bijna eenparig door de stem der openbare meening den opperbevelhebber toegerekend. Stilzwijgend werd deze uitspraak door iedereen beaamd. De Keizer was blijkbaar geheel versleten, hij was een willoos werktuig geworden in handen van onbekwTame mannen, hij was niet langer geschikt om Frankrijks lotsbeschikker te zijn. De onverschilligheid ging thans in vijandschap over en de tegenstanders van den Keizer, hetzij uit aanhankelijkheid aan de stamhuizen van Bourbon of Orleans, hetzij uit liefde voor republikeinsche instellingen zagen hunne gelederen plotseling versterkt door een groot aantal personen die, nog niet lang geleden, als de steunpilaren van de regeering werden beschouwd. Onder de lagere standen in Parijs, waar de socialistische denkbeelden in de laatste jaren weder even grooten aanhang hadden gevonden als in de jaren vóór 1848, had zich een geest van omwenteling en verzet verspreid, die zich vooral gevaarlijk liet aanzien nu een regeeringsveranderin? onvermijdelijk scheen te worden. Het waren meer in het bijzonder de leden der uiterste linkerzijde in de Kamer, die door hunne aanraking met de arbeidersbevolking in Parijs, dit laatste gevaar sterk gevoelden. Een omwenteling, dit begrepen zij, kon na Sedan niet uitblijven; dat die omwenteling de republiek zoude vestigen, althans als voorloopige toestand, was zeker en geheel naar hunnen wenschj maar indien de mannen die de gansche maatschappij wilden omverwerpen bij de aanstaande beweging de leiding verkregen, dan moest Frankrijk jammerlijk te gronde gaan. Men zoude dan aan den buitenlandschen vijand zijn overgeleverd, die weldra onder de toejuiching van geheel Europa aan het socialistisch of anarchistisch schrikbewind een einde zoude maken. De leden der linkerzijde waren dan ook tot nog toe zeer gematigd opgetreden, zij hadden bij gelegenheid van den val van het ministerie Ollivier voorgesteld, de hoogste macht aan een commissie uit de Kamer op te dragen, en bij de samenstelling der Kamer was het bijna zeker, dat zij in die commissie niet of slechts door een enkel lid zouden vertegenwoordigd zijn geworden. Ook na den feitelijken ondergang van het Keizerrijk door de overgave van Sedan, bleven zij zoolang mogelijk een verzoenende houding aannemen.

Den 3en September was bijna de gansche bevolking van Parijs op

Sluiten