Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordigers van Frankrijk in het buitenland had Favre, bij het aanvaarden zijner betrekking als minister van Buitenlandsche Zaken, reed3 de verklaring afgelegd dat Frankrijk geen duim grond zoude afstaan en geen steen van zijne vestingen. De onderhandelingen over een wapenstilstand, teneinde het Fransche volk de gelegenheid te geven om door de verkiezing van vertegenwoordigers voor een constitueerende vergadering zich een wettig bewind te geven, liepen ook spaak. Als voorwaarden voor dezen wapenstilstand eischte Bismarck de overgave van Straatsburg en de krijgsgevangenschap van het garnizoen, voorts, zoo de constitueerende vergadering in Parijs werd gehouden, de bezetting van een of meer forten in de verdedigingslijn der hoofdstad. Het voorloopig bewind was het natuurlijk met Favre eens, dat deze voorwaarden door geen Franschman konden worden aanvaard.

De oorlog moest derhalve worden voortgezet; van Duitsche zijde werd dit met grooten ijver gedaan. De hoofdmacht legerde zich om Parijs. Op 19 September werd de laatste telegraafdraad afgesneden die Parijs met de buitenwereld verbond, de groote stad was geheel en al ingesloten. Het voorloopig bewind had geaarzeld of het den zetel van de regeering naar elders zoude overbrengen, maar het had ten slotte besloten te Parijs te blijven; zelfs de minister van Buitenlandsche Zaken bleef binnen de omsingelde stad, hoewel de meeste gezanten van vreemde mogendheden die verlaten hadden. Twee hoogbejaarde mannen, Cremieux en Glais Bizoin, en de minister van marine Fourichon vertrokken naar Tours en vormden daar de zoogenaamde delegatie, die Frankrijk buiten Parijs moest besturen.

De Duitschers waren inmiddels ijverig in de weer, om zich in het bezit te stellen van de beide gewesten die zij na afloop van den oorlog hoopten te behouden, den Elzas en Lotharingen. In den Elzas was het hun in de eerste plaats te doen om het bezit van de hoofdstad Straatsburg, een der eerste vestingen van Frankrijk. Dadelijk 11a de overwinning van Würth stelden de Duitschers den bevelhebber den eisch om deze vesting over te geven, wat natuurlijk geweigerd werd.

Binnen weinige dagen werd de stad door de Duitsche legermacht ingesloten. Zij was versterkt met vestingwerken, dagteekenende uit een tijd die van de kracht van het negentiend-eeuwsche geschut nog niet het geringste besef had, en was derhalve tegen een langdurig beleg niet bestand. Daarbij was er voor de proviandeering en bewapening der vesting weinig gedaan, de Fransche regeering had slechts gedacht

Sluiten