Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgsraad genomen, waaraan alleen de hoogste militaire gezaghebbers deelnamen, werd op 12 October de Generaal Boyer naar het Duitsche hoofdkwartier gezonden. Hij keerde binnen Metz terug met de jobstijding, dat alleen een overgave van het leger zooals die van Sedan door Moltke aannemelijk was verklaard, maar dat Bismarck had verklaard, dat, indien de Keizerin op de door hem te stellen voorwaarden vrede wilde sluiten, het te Metz opgesloten leger met volle krijgsmanseer zouden kunnen vertrekken.

Bazaine en zijn krijgsraad begrepen wel, dat dit voor de Keizerin een onaannemelijk voorstel was en dat zelfs, zoo zij het mocht aannemen en aan het leger de ten uitvoer-uitlegging opleggen, dit een onuitvoerbare taak zoude zijn, maar zij besloten toch Boyer naar Engeland te zenden, om in elk geval te vernemen wat de Keizerin voor het leger zoude kunnen doen. Zooals te verwachten was weigerde de Keizerin beslist om een vredes-verdrag te onderteekenen, waarvan zij de voorwaarden, al werden die haar niet medegedeeld, gemakkelijk kon raden.

Vóór de terugkomst van Boyer was evenwel het lot van Metz reeds beslist. De voorraad binnen de vesting en de forten begon sterk te verminderen. Op 24 October kwam een bericht van Bismarck, dat de Koning van Pruisen van alle onderhandelingen met de Keizerin moest afzien, nu het hem bleek, dat, zoo er een verdrag tot stand kwam, hij zelf gedwongen zou worden, om dit aan het Fransche volk op te leggen. Nu de kans voorbij was, om Bazaine en zijn leger een staatkundige rol te laten spelen ten bate van Duitschland, konden hem geen andere voorwaarden worden aangeboden dan overgave en krijgsgevangenschap.

Er werd nu nog een laatste poging door Bazaine gedaan. In het Fransche leger bevond zich de generaal Changarnier, een veteraan, die in 1851 door Napoleon was verbannen, maar na het uitbreken van den oorlog in Frankrijk was teruggekeerd en den Keizer zijnen degen had aangeboden. Bazaine besloot dezen in Europa zeer bekenden krijgsman naar Prins Frederik Karei, den bevelhebber der Duitsche legermacht voor Metz, te zenden met verzoek dat aan het leger de krijgsgevangenschap mocht worden gespaard. De Prins verklaarde dit kortweg onaannemelijk en toonde voldoende dat hij geheel op de hoogte was van den hachelijken toestand waarin het Fransche leger verkeerde. Toen bleef er niets anders over dan zich te voegen naar den wil van den

Sluiten