Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Russischen rijkskanselier, waarbij deze namens den Czaar verklaarde, dat de Russische regeering zich niet langer gebonden achtte door de bepalingen van het traktaat van Parijs van 1856, voor zoover die hare souvereiniteitsrechten in de Zwarte Zee beperkten. Een soortgelijke verklaring werd ook te Weenen en te Florence gedaan en eenige dagen

later aan de delegatie te Tours.

De bedoelde bepalingen legden Rusland en Turkije de verplichting op om geen tuighuizen of versterkingen aan de oevers der Zwarte Zee aan te leggen en geen oorlogsvloot op die zee te onderhouden. loen deze verplichting, na den Krimoorlog, door Frankrijk en Engeland aan Rusland werd opgelegd, had Palmerston reeds gezegd: langer dan tien jaar zal zij niet gehandhaafd kunnen worden. Thans was zij reeds veertien jaren van kracht geweest, maar aan hare bestendigheid geloofde geen staatsman in Europa. Er was dan ook eigenlijk geen overwegend bezwaar, zelfs niet bij de Engelsche regeering, om aan dezen toestaud, die voor Rusland iets vernederends had, een einde te maken. Wat echter in de hoogste mate bedenkelijk was, niet alleen in het oog der Engelsche staatslieden en van hen die bij de zaak een min of meer verwijderd belang hadden, maar van geheel Europa, was de wijze waarop de Keizer van Rusland dit vraagstuk oploste. Indien iedere regeering zich, geheel eenzijdig door een bloote verklaring, van de hem bij internationale verdragen opgelegde verplichtingen kon ontslaan op de wijze zooals dat nu door Rusland werd gedaan, dan stond voortaan de geheele rechtstoestand van Europa op losse schroeven en werden de verhoudingen der staten onderling niet meer door het recht maar door de willekeur beheerscht. Wat het bedenkelijk karakter van dezen stap der Russische regeering nog verhoogde, was de omstandigheid dat het voor de Europeesche staatslieden geen geheim was, dat Bismarck van het voornemen der Russische regeering reeds lang kennis droeg en dat de Czaar van zijnen steun verzekerd was.

In de antwoorden die de Russische regeering ontving, straalde dan ook een gevoel van bezorgdheid en ontstemming door, vooral, zooals te verwachten was, in het Engelsche, doch ook in het Oostenrijksche en zelfs in het Italiaansche. In Engeland kwam de openbare meening zeer sterk onder den indruk, dat Engeland's aauzien en gezag in Europa door de Russische verklaring een verbazenden knak had gekregen, de Engelsche staatsfondsen daalden aan de beurs, en een oorlogzuchtige stemming begon zich te openbaren. Gladstone, die aan het hoofd van

Sluiten