Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar hare huisgezinnen terug, maar de Parijsche burgerwacht, de garde nationale, wilde van geen overgave weten. Zij verkeerde in een roes van opgewondenheid en overprikkeling, aangezet door de opruiende taal van enkele dagbladschrijvers, voor een deel ook gevolg van het gebrek aan goede voeding, dat het onmatig gebruik van wijn en sterken drank, waarvan nog een groote hoeveelheid aanwezig was, zeer in de hand werkte. De door de bevolking in de twintig arrondissementen van Parijs gekozen maires, waren bijna allen, op de zijde van de nationale garde of durfden zich niet tegen haar te verzetten. Zij spraken van den hongerdood, als verkieselijker boven de schande der overgave en wilden zich onder de puinhoopeu der stad laten begraven. De stemming werd na de mislukking van het gevecht te Buzanval oproerig. Het volk bevrijdde de gevangenen, die na het oproer van 31 October in Mazas waren opgesloten en trok weder naar het stadhuis. De mannen, van het bewind waren ten einde raad. Zij wisten niets anders te doen om de menigte te bevredigen, dan het opofferen van den man, die als de hoofdschuldige aan de rampen die Parijs troffen, door de verdwaasde bevolking werd aangewezen. Generaal Trochu had de volksgunst, die hij bij den aanvang van het beleg in zoo ruime mate had genoten, niet alleen geheel verloren, maar heette thans een onbedreven krijgsman en een verrader. Hij werd daarom door zijne ambtgenooten aangezocht om zich als bevelhebber terug te trekken. Aanvankelijk toonde hij zich ongezind om aan dezen onredelijken eisch te voldoen en verklaarde het plichtmatig te achten om den eerepost, die hem was opgedragen, tot het laatst te bekleeden. Eindelijk gaf hij toe, hij zoude president va*n het voorloopig bewind blijven, maar daar hij de verantwoordelijkheid voor een nieuwen uitval niet op zich wilde nemen, was hij bereid het opperbevel over te geven aan een generaal, die dit wel wilde doen. Zijne ambtgenooten hoopten hierdoor de opgewonden bevolking voor het oogenblik tot rust te zullen brengen en benoemden den generaal Yinoy tot zijnen opvolger. Deze spoedde zich naar den minister van Oorlog en verklaarde hem dat hij de benoeming niet kon aannemen. Nadat evenwel de vraag, of de minister hem gelastte de benoeming aan te nemen, bevestigend was beantwoord, zeide Vinoy: dan moet ik als soldaat aan mijnen chef gehoorzamen.

Het was ondertusschen in Parijs reeds tot openlijke rustverstoringen gekomen. Een troep oproermakers plunderde de mairie van het 20e arrondissement, waar een hoeveelheid brood en wijn voor de behoef-

Sluiten