Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er gemakkelijk toe te bewegen zouden zijn om het Keizerrijk weder te herstellen; hij verweet Favre dat de door iedereen onvermijdelijk geachte overgave van Parijs zoo lang was uitgesteld, tot dat de stad bijna aan een hongersnood was blootgesteld. Langzamerhand werd de Rijkskanselier rekkelijker, en hij bespeurde welhaast dat Favre in de noodzakelijkheid was gebracht om elke voorwaarde aan te nemen. Intusschen kon hij niet alleen beslissen; Moltke had natuurlijk mede te spreken over alles wat de krijgsverrichtingen raakte, en de Keizer had het laatste woord. De smartelijke taak om van Fransche zijde over de militaire maatregelen te onderhandelen viel aan den generaal Vandal ten deel. Op 28 Januari werd een wapenstilstand gesloten, voor een en twintig dagen, die voor Parijs dadelijk van kracht zoude zijn en voor de departementen drie dagen later zoude aanvangen. Hij gold echter niet voor het beleg van Belfort en de krijgsverrichtingen in de oostelijke departementen. Doordien Favre verzuimd had om deze bepaling aan de delegatie te Bordeaux mede te deelen, was, zooals wij reeds vermeldden, de bevelhebber van het leger van Bourbaki een oogenblik in den waan geraakt, dat zijne troepen behouden waren. Het doel van den wapenstilstand was het verschatten der gelegenheid om een vertegenwoordigende vergadering te doen kiezen, die over oorlog of vrede zoude beslissen en die te Bordeaux zoude bijeenkomen. De forten om Parijs zouden aan de Duitschers worden overgeleverd, maar het Duitsche leger zoude, gedurende den wapenstilstand, niet binnen Parijs komen. De gansche bezetting van Parijs, met inbegrip der garde mobile, zoude krijgsgevangen zijn, zij moesten ontwapend worden doch zouden in de stad blijven, een legerafdeeling van twaalfduizend man zoude ter beschikking blijven van het bewind voor de bewaring der orde, de Parijsche burgerwacht zoude hare wapenen behouden. Over dit laatste punt werd het langst beraadslaagd. Bismarck eischte aanvankelijk geheele of gedeeltelijke ontwapening, maar Favre weigerde dit beslist. Hij verklaarde later, toen de Commune zich van Parijs had meestergemaakt, dat hij over deze beslissing de bitterste gewetenswroeging voelde. Het bleek toen voorzeker een groote ramp voor Frankrijk te zijn geweest, dat deze ontwapening niet had plaats gehad, maar al had Favre er in bewilligd, zij zoude toch bij den bestaanden opgewonden gemoedstoestand wel onuitvoerbaar zijn gebleken en alleen aanleiding hebben gegeven tot het vroeger uitbreken van den burgeroorlog. Eindelijk werd aan Parijs een oorlogsschatting opgelegd van twee honderd

Sluiten