Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich als bestuurders van Parijs, als geheel zelfstandige staat, opwierpen; intussclien belette dit niet dat zij voortdurend van de algemeene republiek gewaagden, die zij zouden stichten. In strijd met alle eischen van een vrijzinnig staatsbestuur werden de vergaderingen van dit Staatslichaam met gesloten deuren gehouden, waardoor de heftige tooneelen die er gedurig werden afgespeeld, voor het buitenstaande publiek verborgen bleven. In de eerste dagen werd er zelfs niet eens een verslag der zittingen openbaar gemaakt.

De leden, die gedurende de twee maanden van het bestaan der Commune in haar midden gezeteld hebben waren, met uitzondering van enkele bekenden uit vroegere omwenteiings-bewegingen, zooals Pvat, Blanqui en Delescluzes, mannen wier namen niemand ooit gehoord had, dan misschien de politie en de strafrechters. Er waren onder hen dagbladschrijvers, geneesheeren, advokaten en ingenieurs, doch dezen vormden slechts een kleine minderheid, de groote meerderheid bestond uit werklieden en kleine neringdoenden. Onder hen die zich het meest berucht hebben gemaakt, behoorden: Assi, Cluseret, Eiides, Ferry, Grousset en Eigault. De haat tegen de Regeering en tegen de bezittenden die deze mannen, schier allen socialisten of anarchisten, bezielde, werd bijna overtroffen door hunne zinnelooze vijandschap tegen de Katholieke kerk. Een der eerste besluiten van de Commune, tot invoering van de scheiding van Kerk en Staat, was het verbeurd verklaren van alle geestelijke goederen. Er volgde welhaast een wezenlijke geloofsverdrukking. Geen priester, monnik of geestelijke zuster durfde zich, gedurende de heerschappij der Commune, in kerkelijk gewaad op de straten te Parijs te vertoonen. Een aantal kerken werd gesloten en tot staatkundige vergaderplaatsen ingericht; van hare preekstoelen, met roode vlaggen behangen, werden door volksmenners de oproerigste redevoeringen gehouden. De zusters in de ziekenhuizen werden verwijderd, en daar waar men hare diensten niet kon missen, gedwongen wereldlijke kleeding en een roode sjerp te dragen; zelfs opvoedingshuizen, door geestelijke zusters bestuurd, werden niet verschoond maar door gewapende burgers bezet, die de zusters er uit verdreven en er op de ergerlijkste wijze huishielden.

In het begin dachten de mannen 'van de Commune, wien het in het krijgskundige aan alle ervaring en kennis ontbrak, dat zij met hunne groote massa gewapenden Yersailles gemakkelijk zouden kunnen vermeesteren. Gedurende het beleg had de burgerwacht altijd geroepen

Sluiten