Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den algemeeaen uitval, die Parijs moest bevrijden, thans wilden de mannen der Commune toonen, hoe verkeerd men ia ge aan ine aa dit geroep geen gevolg te geven en tot welke heldendaden de burgerwacht in staat was. Op 2 April had de uitval naar Yersailles, p£to, die met een volkomen nederlaag der Pa rij zenaars eindigde. De g ringstroepen, gesteund door de bezetting van den Mout Galenen dreven, zonder veel moeite, de aanvallers in groote verwarring op de

vlucht, Twee aanvoerders der opstandelingen vielen, Flourens en D^ .

Na dit ongelukkige wapenfeit bepaalde zich de Commune dan ook verder alleen tot de verdediging. Het Regeeringsleger s oo anjs

te heerschen. Naarmate de vooruitzichten der Commune do er e werden, namen de tweespalt en de achterdocht onder hare ied^oe. Zy begonnen elkander te verdenken en te beschuldigen- Inplaats v an 13e g was, na den mislukten uitval, Cluseret aan het hoofd van het Departement van Oorlog geplaatst, maar ook deze verloor spoedig het vertrouwen en werd in hechtenis genomen. Toen trad Bossel op, een 0eme o die tot het leger van Bazaine had behoord, terwijl tot bevelhebber van Parijs een Pool, Dombrowski, werd benoemd. Na de inneming van liet fort Issy, in het begin van Mei, verloor ook Rossel het vertrouwen hij werd als verrader — men noemde hem „de kleine Bazaine in s aa van beschuldiging gesteld. Een Comité van Algemeen Welzijn werd daarna opgericht. Nadat Delescluze hierin zitting bad genomen, «er deze feitelijk het hoofd der beweging gedurende hare laatste dagen.

De onwettige handelingen van de Commune waren ontelbaar en vermenigvuldigden zich naarmate zij haar einde zag naderen. Hetwer toen een volkomen schrikbewind, geheel op persoonlijke willekeur gevestigd, zonder eerbied voor wet of recht. De meeste dagbladen die zich afkeurend uitlieten werden opgeheven. Huizen van vermogende Parijzenaars en openbare gebouwen werden geplunderd. Het woonhuis van Thiers werd tot den grond afgebroken. Kunstwerken werden zelfs niet gespaard. De groote zuil op de Yendöme-plaats ter eere van Napoleon I opgericht, werd nedergehaald onder de leiding van een talentvol schilder, Courbet, die zich onder de heftigste aanhangers er

Commune had geschaard.

De ergerlijkste daden der Commune waren hare schaamtelooze aanrandingen der persoonlijke vrijheid Een aantal personen werd zonder

Sluiten