is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige reden gevangen gezet, om als gijzelaars te dienen tegenover zoogenaamde gewelddaden der regeering te \ersailles. De president van het Hof van Cassatie, Bonjean, een zeventigjarig grijsaard, werd het eerst in hechtenis genomen; daarna volgden de aartsbisschop van Parijs, Darbov en een groot aantal hoogere of lagere geestelijken; verder een aantal personen die onder Napoleon III tot de politie hadden behoord. De hoofdbewerkers van deze onrechtmatige gevangennemingen waren Rigault en Ferré, twee gewetenlooze booswichten, ■waarvan de eerste zich tot Procureur-Generaal van de Commune en de

tweede tot zijn substituut liet benoemen.

In het geldelijk beheer bleef regelmaat en orde beter bewaard dan men had durven hopen. Het aantal schavuiten, dat zich aan de Commune had aangesloten met het doel om zich te verrijken, was niet gering en het gelukte dezen mannen, begunstigd door de onmacht of de onbedrevenheid van betergezinden en door de algemeen heerschende verwarring wel eens om hunnen slag te slaan. Aan het hoofd der financiën stond echter een eerlijk man, Jourdes. Aan hem en bovenal aan het beleidvol en krachtig optreden van de directie der Iransche Bank was het te danken, dat deze instelling niet geplunderd of in beslag genomen werd en dat zij zelfs hare werkzaamheden tot op zekere hoogte ongestoord kon blijven uitoefenen.

Nadat de forten Issy en Yanves door het leger van Yersailles waren bezet, was de inneming der stad en daarmede de ondergang der Commune zeker Den 21,ten Mei drongen de eerste soldaten van het leger der regeering Parijs binnen, doch eerst den 23"- waren zij meester van de geheele stad. Parijs leverde gedurende deze week een schouwspel op dat zelfs de verschrikkelijke Junidagen van 1848 in afgrijselijkheid overtrof. Het was dezelfde verwoede strijd achter barricades als toen, maar de leiders der Commune toonden zich boosaardiger en onmenschelijker dan hunne voorgangers in 1848; zoodra zij toch zagen dat het met hun rijk gedaan was, besloten zij hunne wraak aan de stad en hare bewoners op de gruwelijkste wijze te koelen. Zij gaven last om de stad in brand te steken en alle gevangenen die zij als gijzelaars in hunne macht hadden, te vermoorden. Deze last werd voor een deel uitgevoerd. De Tuilerieën, het Palais Royal, het stadhuis, het ministerie van Financiën en andere openbare gebouwen gingen in vlammen op, ook sommige straten in de schoonste gedeelten der stad werden door het vuur vernield. Een groote voorraad petroleum en andere licht