Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden verwacht en waarnaar zij zelve hartelijk verlangden. Dit was voor Duitschland een vermeerdering van onkosten en voor het Duitsche volk een reden van groote ontevredenheid. Waarom, zeiden de Duitsche dagbladen, moeten wij onze zonen langer dan noodig missen? Indien Frankrijk niet bij machte is den opstand tegen zijne regeering te bedwingen, laat het dan door ónze troepen geschieden. Ditzelfde werd door Bismarck herhaaldelijk aan de Fransche regeering voorgehouden. Indien er geen snel einde kwam aan den opstand, dan zoude Duitschland moeten ingrijpen en met zijn leger Parijs bezetten. De I ransche staatslieden bezwoeren Bismarck om tot dezen uitersten maatregel niet over te gaan, bij alles wat Frankrijk reeds geleden had, nog te moeten gedoogen dat vreemdelingen het wettig gezag herstelden, nadat dit zich zelf daartoe onmachtig had verklaard, was een vernedering die tot eiken prijs moest vermeden worden. Daarbij kwam de geheime vrees, dat zoodra de Duitsche troepen de Commune aanvielen, de Fransche soldaten weigeren zouden langer tegen hunne medeburgers te strijden en wellicht gemeene zaak met de Communemannen zouden maken, om hunne verbeten woede tegen den gehaten Duitscher te koelen.

Voor Thiers en Favre waren de maanden April en Mei dan ook een verschrikkelijke tijd. Aan de eene zijde de burgeroorlog en aan de andere zijde de bedreigingen van den overmachtigen vreemdeling, die hun land bezet hield. Duitschland was, na het vertrek van Bismarck uit Versailles, in Frankrijk vertegenwoordigd door den generaal de Fabrice, die te Rouen verblijf hield. De onderhandelingen, die met hem gevoerd moesten worden, waren voor de Fransche staatslieden bijzonder pijnlijk en lastig. Bij den aanvang van den opstand vooral was de verhouding zeer gespannen, het was in zekeren zin gelukkig voor de Fransche regeering, dat de leiders der Commune alles in het werk stelden om de Duitschers te vriend te houden, zoodat er gedurende den geheelen opstand geen botsing tusschen beide ontstond. Ware dit wel het geval geweest, dan zouden de Duitschers niet geaarzeld hebben om het bombardement op Parijs uit de door hen bezette forten te hernieuwen, en hierdoor zoude, zooals wij hierboven opmerkten, de oorlog waarschijnlijk opnieuw zijn uitgebroken.

Volgens de bepalingen van het voorloopig vredesverdrag moesten te Brussel de onderhandelingen over de sluiting van den vrede worden gevoerd. Van beide zijden verschenen daar gevolmachtigden, doch hunne besprekingen leidden tot niets, zij hielden zich zoo lang met

Sluiten