Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

VESTIGING DER FRANSCHE REPUBLIEK.

Frankrijk's toestand na den vrede van Frankfort was deerniswaardig. Het gevoelde zich stoffelijk en zedelijk geknakt zooals nimmer te voren. In 1813 en 1815 had het eveneens zijn grondgebied door vijandelijke legers bezet gezien, maar het was toen voor een burgeroorlog gespaard gebleven en het had zijne oude grenzen behouden. Het had destijds ook dadelijk weder een gevestigde regeering gehad, die, al mocht zij niet naar den zin zijn geweest van een deel der bevolking, toch met geen openlijken tegenstand te kampen had. Thans was er niets dan een voorloopige regeering, een president en een vertegenwoordigende vergadering, die de hoogste macht in handen hadden, maar zooals iedereen en ook zij zelve begrepen, slechts tijdelijk.

De vraag, of deze vergadering de bevoegdheid had om duurzame regeeringsinstellingen aan Frankrijk te geven, dan wel of een vernieuwd beroep op de natie daaraan moest voorafgaan, werd in haren boezem niet eenstemmig beantwoord. De republikeinsche minderheid was geneigd om deze bevoegdheid te ontkennen; de monarchale meerderheid daarentegen was uitteraard van een tegenovergesteld gevoelen. Zij had thans de gelegenheid, om, zoo zij eendrachtig kon worden, de monarchie weder te vestigen en zij wilde zich die niet ongebruikt laten ontsnappen. Aan die vestiging waren echter vooralsnog bezwaren verbonden, die slechts met groot beleid uit den weg konden worden geruimd. Daarvoor was tijd noodig en inmiddels kon de meerderheid niet beter doen dan Thiers' bewind als voorloopigen toestand te handhaven, terwijl dan achter de schermen met alle kracht kon worden gewerkt om de noodige eendracht tusschen de monarchale fracties te

36

Sluiten