Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewerkstelligen. De legitimisten en de Orleanisten begrepen echter dat zij op de Bonapartisten als derden bondgenoot niet konden rekenen. Deze hoopten dat de republiek te eeniger tijd door hare buitensporigheden een militairen staatsgreep zoude mogelijk maken en dat NapoleonIII zich ten tweeden male daarvoor zoude willen leenen; maar dan moest de tijd eerst de herinneringen aan Sedan eenigermate hebben doen verbleeken. Stierf de Keizer aan de kwaal die reeds jaren lang zijne krachten ondermijnde, dan was zijn zoon de hiervoor aangewezen man, doch deze was ternauwernood volwassen. Wachten was dus de leus; de Bonapartisten gunden derhalve de republiek een langer leven dan de legitimisten en Orleanisten, en waren voor een verzoening tusschen deze beide partijen zeer beducht; werd toch het oude Koningschap hersteld, dan zouden hunne goede kansen zeer sterk dalen. De Bonapartisten zouden dan, als in het tijdperk van 1815 tot 1848, met de republiekeiuen tegen de monarchie moeten strijden en, kwam het tot een omwenteling, dan zouden deze vermoedelijk sterker zijn dan zij.

De voorstanders van het Koningschap waren daarentegen in de weer om de legitimisten en de Orleanisten zoo spoedig mogelijk tot elkander te brengen. Gelukte dit, dan hadden zij in de vertegenwoordiging, ook zonder de kleine schaar der Bonapartisten, de meerderheid, zij duchtten deze volstrekt niet; de Bonaparte's waren tengevolge van den oorlog hun vertrouwen bij de natie kwijt geraakt, zoodat voor het oogenblik een staatsgreep van hunne zijde niet behoefde gevreesd te worden.

Tegen alle verwachtingen mislukten deze pogingen om tot eendracht te komen, of liever zij misten hun doel, dat geheel verijdeld werd door den "Vorst ten wiens behoeve zij waren in het werk gesteld. De niet-totstandkoming der monarchie in Frankrijk in de jaren na 1871 was enkel en alleen te wijten aan den man voor wien de kroon bestemd was, die door zijne openhartigheid een proefneming voorkwam, welke zijne achterlijke bekrompeuheid en zijn volkomen gemis aan beleid toch voorzeker hadden doen mislukken.

Hoofd van het Fransche Koningshuis in 1871 was de graaf van Chambord, zoon van den door een sluipmoord gevallen Hertog van Berrj; hij was in 1820, eenige maanden na den dood zijns vaders geboren. In 1830 was hij zijnen grootvader Karei X, die tevergeefs getracht had door te zijnen gunste afstand te doen de kroon van Frankrijk in zijn geslacht te bewaren, in zijne ballingschap gevolgd. Natuurlijk had de na het vertrek der Koninklijke familie gevolgde

Sluiten