Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundig doorzicht om te begrijpen, dat deze poging naar alle waarschijnlijkheid moest mislukken en slechts zoude strekken om Gambetta's invloed te versterken, Broglie, die verder zag dan hij, heeft later verklaard, en er bestaat alle grond om deze verklaring voor waar te houden, dat hij den President nimmer had aangeraden om tot de ontbinding der Kamer over te gaan, maar zich niet wilde onttrekken aan de uitvoering, nadat het besluit door dezen, buiten zijn weten, was genomen. Ook hij wilde, evenmin als de President, iets weten van een staatsgreep; door de heftige Bonapartisten, die tegen een onwettige gewelddaad niet opzagen, werd hun hiervan later zelfs een verwijt gemaakt.

De ontbinding werd op 22 Juni door den Senaat met 149 tegen 130 stemmen goedgekeurd; sterk bewogen zittingen, ook van de Kamer, waren aan deze beslissing voorafgegaan. Er volgde een tijdperk van hartstochtelijken verkiezingsstrijd, waarbij echter de openbare orde en rust volkomen bewaard bleven.

Gambetta was de groote man, die tegen de regeering over stond, hij toonde zich als redenaar en als staatsman in zijne volle kracht, het was het schoonste tijdperk van zijn leven; hij wist de woorden te vinden, die het volk medesleepten, toen hij de regeering „un gouvernement de curés" noemde, en bovenal toen hij te Rijssel, na met zekerheid den overwinning van de republiekeinen te hebben voorspeld, eindigde met de woorden: Nadat Frankrijk zijne souvereine uitspraak zal hebben gedaan, zal men zich moeten onderwerpen of aftreden. (Se soumettre ou se démettre). Hij was niet meer de onbesuisde drijver van voorheen maar toonde zijn juisten staatsmansblik door de zoo noodige eendracht in de gelederen der linkerzijde te bewaren. Dat hij voor de meer gematigden een eenigszins verdachte figuur was, begreep hij volkomen goed, en eveneens dat hij door zijne tegenwoordige groote populariteit zich gemakkelijk als hoofd der linkerzijde op kon werpen en zijne tegenstanders kon dwingen om hem als zoodanig zooal niet te erkennen dan toch te dulden. Hij wilde echter de zaak der Eepubliek niet in gevaar brengen, op een oogenblik dat zamenwerking van alle krachten onontbeerlijk was, en wees steeds op Thiers als het aangewezen hoofd, ook wist hij te bewerken, dat 363 afgevaardigden der linkerzijde, alle schakeeringen van de republiekeinsche partij vertegenwoordigende, die gezamenlijk een protest hadden geteekend tegen het nieuwe ministerie, candidaat werden gesteld, zonder dat er van tegencandidaten der linkerzijde sprake was. De zeer gematigde mannen van het linkercentrum

Sluiten