Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zijn; men begon het ergste te vreezen, maar toen liet er op aankwam den laatsten beslissenden stap te doen, schrikte Mac-Mahon's eerlijk gemoed voor de gevolgen terug. Vooral onder den invloed van Audiffret Pasquier, besloot hij eindelijk geheel toe te geven, zijn ontslag niet te nemen, maar aan Dui'aure de samenstelling van een ministerie uit de linkerzijde op te dragen; zooals het gerucht liep, onder den uitroep: het zou mij nog liever zijn geweest indien ik werd doodgeschoten.

Het ministerie Dufaure trad in de laatste dagen van 1877 op. Op den eersten dag van het nieuwe jaar sprak Mac-Mahon tegenover zijne ministers de hoop uit, dat 1878 een rustig en kalm jaar zoude wezen in tegenstelling met het vorige. Inderdaad bestond hierop uitzicht; er viel in Frankrijk, nadat de President den grondwettigen weg was ingeslagen, een algemeene ontspanning der gemoederen waar te nemen, die de vervulling dezer hoop scheen te beloven, de rustige burgerij verheugde zich zeer in het vooruitzicht, dat het gevaar voor een binnenlandschen strijd was geweken, de republiekeinen waren tevreden en niet zonder vertrouwen op de toekomst, en de tegenstanders der Republiek, hoewel zij hunne verbolgenheid tegen den President die hen in den steek had gelaten moeielijk konden verkroppen, hielden zich toch, in het bewustzijn hunner machteloosheid, voorloopig stil.

Het nieuwe ministerie was ijverig en werkzaam. De Minister van Openbare Werken, dien het in zijn midden had, de Freycinet, dezelfde die indertijd de rechterhand van Gambetta was geweest, toen deze in het najaar van 1870 met bewonderenswaardige inspanning van alle krachten in korten tijd zijne nieuwe legers had weten in het leven te roepen, was een man die groote dingen beraamde, maar die ook den moed en het beleid bezat om die uit te voeren. Hij was vervuld van het denkbeeld, dat Frankrijk's stoffelijke ontwikkeling krachtig moest worden bevorderd en had daarvoor in de eerste plaats het oog op een verbetering en uitbreiding van de middelen van verkeer. Een grootsch plan tot aanleg van nieuwe spoorwegen en tot verbetering van waterwegen en havens werd doorhem uitgewerkt. Verschillende wetsontwerpen tot uitvoering van dit plan werden in het voorjaar van 1878 ingediend en niet zonder eenige overhaasting door de vertegenwoordiging goedgekeurd. Natuurlijk leidde dit tot een verbazende uitbreiding der staatsuitgaven, de voorzichtige financiers schudden hierover dan ook bedenkelijk de hoofden, maar de Minister van Financiën, Leon Say,

Sluiten