Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds ontstemd, waren later, nadat hun het mislukken dezer onderhandelingen ter oore was gekomen meer en meer bevreesd geworden, dat hierdoor de Keizer en de rijkskanselier tegenover de Katholieke minderheid in het nieuw gestichte Duitsche Rijk met weinig vriendschappelijke gevoelens zouden zijn bezield. Zij beraadden zich derhalve onderling met het oog op mogelijke aanvallen van regeeringszijde en sloten zich, evenals in den Pruisischen landdag waar zij reeds een afzonderlijke staatkundige partij vormden, ook bij de verkiezingen voor deu Rijksdag nauwer aaneen. Het waren voornamelijk Katholieken uit Noord-Duitschland en het meest uit de westelijke Pruisische provinciën, die tot deze laatste partijvorming toetraden; in Zuid-Duitschland vond de Katholieke staatkundige beweging aanvankelijk weinig bijval, in Pruisen veroverde zij vooral zetels vroeger door conservatieven ingenomen en vertoonde zij eenigermate een democratisch karakter; enkele groote heeren, die tot nog toe in de landelijke districten van Silezië zonder strijd waren gekozen, werden door den invloed der geestelijkheid vervangen door burgerlijke Katholieken, of zagen hunne zetels ernstig bedreigd.

Bismarck zag deze nieuwe partij, die, het voorbeeld volgend der Katholieke partij sints 1858 in den Pruisischen landdag bestaande, zich het Centrum noemde, met grooten tegenzin verrijzen, hij voelde dadelijk, dat zij zich tegen hem zouden keeren, althans in geen geval hem zouden steunen. Met de Katholieken had hij het nooit bijzonder goed kunnen vinden, reeds als gezant had hij ongaarne Katholieke ambtenaren in zijne kanselarij gezien, daarbij was hij fel gebeten op de Polen, die zich aan Pruisen en aan het Duitsche rijk vijandig toonden en die, ijverige Katholieken als zij waren, door de geestelijkheid werden gesteund in al hunne pogingen om, tegenover de verduitsching die de Pruisische regeering trachtte te bevorderen, eigen nationaliteit te handhaven.

Het mislukken der hierboven vermelde onderhandelingen had hem daarenboven zeer verbitterd tegen den Paus en zijne raadslieden. Zij hadden zijne staatkundige plannen tegengewerkt en tegenwerking kon hij niet verdragen. Wie zich daaraan schuldig maakte beschouwde hij als zijn persoonlijke vijand en behandelde hij dan ook als zoodanig. De gelegenheid om aan Pius IX en zijnen staatssecretaris, den kardinaal Antonelli, zijne verbolgenheid te doen gevoelen, die zich van zelve opdeed, was hem dan ook niet onwelkom, te meer omdat zij hem

Sluiten