Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zusters, gedwongen om het ordekleed af te leggen of het land te verlaten.

De opwinding, die elke strijd, vooral op kerkelijk gebied, pleegt te verwekken, had de regeering aanvankelijk den steun der openbare meening bezorgd; zoowel in als buiten de vertegenwoordigende vergaderingen vond zij bij invloedrijke mannen, waaronder velen der meest bekende geleerden, toejuiching en aanmoediging. ])e vrijzinnige dagbladpers was voor het meerendeel nog uitbundiger in hare lofspraak en vuurde den ijver der regeering onvermoeid aan. Indien zij maar onverschrokken doorging — zoo riep men haar toe — dan zoude zij den tegenstand wel breken; tegenover een onvaderlandslievende geestelijkheid, die den Paus en niet den Keizer van Duitschland als hunnen meester erkende, zouden welhaast de verlichte en vaderlandslievende Katholieken de overhand weten te verkrijgen, het gold slechts een strijd tegen de heerschzuchtige aanmatigingen van het Vaticaau, dat, zoodra de monarchie in Irankrijk was hersteld, alle pogingen zoude aanwenden om met dien krachtigen bondgenoot het nieuw gestichte Duitsche rijk te vernietigen. Nadat de strijd een paar jaren had geduurd moest evenwel ieder onbevooroordeelde erkennen, dat al had ook de ijzeren hand van den Staat over de Kerk volledig gezegevierd, zij haar allerminst tot onderwerping had kunneu brengen. De geestelijken, die door de muren der gevangenis of door de grenzen van een vreemd land van alle dadelijke betrekking tot hunne geestelijke kudden waren afgesloten, bleven in het oog der geloovige Katholieken hunne ware herders. Een wet waarbij aan de lidmaten der kerkelijke gemeenten de gelegenheid was geopend om, in het geval dat de kerkelijke overheid weigerde te benoemen, zichzelf priesters bij algemeen stemrecht te kiezen, bleef een doode letter. Het gelukte de regeering niet om haar onderdanige geestelijken aan de geloovigen op te dringen. De weerbarstige geestelijken waren verwijderd, maar in de door hen verlaten kerken verschenen geen opvolgers die de macht van den Staat erkenden. Het was niet de eenige verwachting die teleurgesteld werd. Wat velen bij het begin van den strijd zich hadden voorgesteld, dat de tegenstanders der onfeilbaarheid in de Roomsch-Katholieke kerk er door zouden worden geprikkeld tot een zelfstandig optreden, bleek eveneens een hersenschim. De nieuw gestichte oud-Katholieke kerk kon zich, niettegenstaande den steun der regeering, met moeite handhaven. Zij kreeg slechts weinig aanhangers en onder dezen mannen van zeer uiteenloopende denkbeelden, zoodat de eenstemmigheid in haren boezem veel te wenschen overliet;

Sluiten