Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel van zijn leger in Macedonië achterliet, rukte hij met 14,(HM) man naar de

Th" Het?"kwam tot een gevecht, waarin de overmacht geheel aan de zijde der Grieken was. Antipater werd door Leosthenes geslagen en gedwongen om naai dé versterkte stad Lamia terug te trekken, ten einde luer den vijand af te slaan. Naar deze stad heeft de oorlog zijn naam. de Lamische oorlog, ontvangen.

Leosthenes omsingelde de vesting, in de hoop dat lnj haar, nadat meer dan één storm door de dappere Macedoniërs was afgeslagen, door honger tot de overgave zou dwingen; en werkelijk zag Antipater zich weldra door gebrek aan levensmiddelen genoodzaakt om onderhandelingen aan te knoopen. Leosthenes eischte, dat men zich op genade of ongenade overgeven zou. doch "ervoor was Antipater te trotsch. Nog altijd hoopte hij op ontzet door Crateni» en op hulp van Leonnatus, den stadhouder van Klein-Phrygie, wien luj evenzeer lijding van zijn benarden toestand had doen toekomen. Zijne hoop_ werd niet beschaamd. Door ons onbekende omstandigheden werden de Aetohers genoodzaakt 0111 met hunne geheele krijgsmacht van Lamia weg te trekken en tot ongeluk der Grieken verloor hun stoutmoedige en bekwame veldheer bij belegering het leven: door een slingersteen gelrotïen, stieri luj kort daarop

tegen het einde van het jaar 323.

De dood van Leosthenes was een zware slag voor de Atheners, daai niet alleen zij, maar ook de overige Grieken in dezen aanvoerder een onbepaald vertrouwen stelden. Wel was ook Antiphilus. die in ï^osthenes plaats tot opperbevelhebber benoemd werd, een bekwaam legei hoofd, maar hem ontbrak de onbezweken geestkracht van zijn voorganger. Nadat Antiplulus de belegering van Lamia een tijd lang voortgezet had. zag hij zich gedwongen om haar op te heffen, dewijl hij bericht ontving, dat Leonnatus met zijne troepen in aantocht was en reeds aan den Hellespont stond.

De bede om hulp. door Antipater tot Leonnatus gebracht, was dezen zeer welkom geweest; juist had hij zijn leger ten strijde gerust om op bevel van Perdiccas, Eumenes in het veroveren van Cappadocie bij te staan, toen hij het bericht van Antipater ontving, dat in Macedonië zijne hulp ten spoedigste vereischt werd. Te gelijker lijd gewerd hem een brief van Cleopatra, de zuster van Alexander, de weduwe van den koning van Epirus, waarin deze hem aanspoorde om naar Pella te komen. dewijl zij bereid was om hem

hare hand te schenken. , , . .

De eerzuchtige Leonnatus hoopte met de hand van Cleopatra de nalatenschap van Alexander te verwerven, hij meende dat hij, wanneer luj de

Grieken overwon, in Griekenland vasten voet zou kunnen krijgen om latei

zijn bewind ook over Macedonië uit te breiden. Dienvolgens gaf hij den veldtocht tegen Cappadocie zonder aarzelen op en rukte luj aan het hooi zijner krijgsmacht, die hij gedurende zijn marscli door Macedonie op eene sterkte van 20,000 man voetvolk en 2500 ruiters bracht, naar Thessahe, om

Lam Antiphilus' trok hem te gemoet, het kwam spoedig tot een slag, waarin Leonnatus sneuvelde en zijn leger overwonnen werd. Maar de overwinning leverde den Grieken niet de minste vruchten op; het ontbrak hun aan troepen om de behaalde voordeelen te kunnen vervolgen. Ouder gewoonte waren d< meeste Grieksche hulptroepen bij het invallen van den winter ^p v^rlSen' en Antiphilus zag ten gevolge hiervan zijn leger al meer en meeiversmelt

Thans was Antipaters toestand op ongedachte wijze merkelijk verbeerd, zelfs de dood van Leonnatus was een geluk voor hem, \vant hg werd hierdoor van een gevaarlijken mededinger naar de heerschappij over Griekenlanc ontslagen, terwijl hij de voortvluchtige troepen van Leonnatus aan zich trekken en daarmede zijn eigen leger versterken kon. Zijne soWaten grepen nieuwen moed en hunne stemming werd nog verbeterd door het bericht da de Macedoniërs ter zee met gelukkigen uitslag tegen de Atheners gestreden hadden.

Sluiten