Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antipater was een te ervaren veldheer om zich door zijne aanvankelijk behaalde voordeelen te laten bedwelmen; hij ontweek dus voorloooig nog elk treilen met de Grieken, totdat het hem gelukte, zijne verbinding met Craterus tot stand te brengen. Toen hij hierin geslaagd was, voerde hij een leger aan, hetwelk zoowel in aantal als in deugdelijkheid dat der Grieken ver overtrof. Tevergeefs poogde Antiphilus thans van zijn kant een trelfen te ontwijken. Antipater dwong hem in Augustus 322 om slag te leveren bij de stad Crannon.

Allerhevigst was de strijd, waarin Antiphilus het onderspit delfde, en die noodlottig voor de vrijheid der Grieken worden zou. Wel was de nederlaag door de Hellenen hij Crannon ondergaan, volstrekt niet van dien aard, dat men hun leger als vernietigd moest beschouwen. Had Leostlienes aan hel hoofd der Grieken gestaan, hij zou zeker den moed niet verloren hebben, doch Antiphilus meende in de noodzakelijkheid te zijn om den vrede af te smeeken, hij wendde zich tot Antipater om in den naam van het Grieksche verbond onderhandelingen met hem aan te knoopen. Antipater antwoordde hem op trotschen toon, dat hij geen Grieksch verbond kende, en daarmede ook niet onderhandelde; dat wanneer de Grieken den vrede begeerden, elke stad afzonderlijk daarom verzoeken moest. Wel besloot Antiphilus nu, den oorlog voort te zetten, maar de moed der Hellenen was gebroken, nadat hun veldheer eenmaal om vrede had verzocht: de eene stad na de andere zond gezanten tot Antipater en allen verkregen voordeelige vredesvoorwaarden, behalve de Atheners en Aetoliërs. Van hen eischte de overwinnaar, dat zij zich op genade ol ongenade zouden overgeven; zoo wilde hij op zijne beurt hen er voor straffen, dat Leosthenes dezen eisch eens tot hem had gericht. Antiphilus keerde naar Attica terug; Antipater volgde hem en sloeg zijn hoofdkwartier bij den ouden burg van Thebe op; slechts twee dagmarschen was hij nog van Attica verwijderd. Alles was verloren. De Atheners gevoelden niet langer de kracht in zich om thans, nu zij geheel alleen stonden, nu hunne vloot meer dan éene nederlaag ondergaan had en hun leger geslagen was, den strijd voort te zetten. Zelfs Demosthenes, Hyperides en de overige redenaars, die zich eens met zulke gloeiende taal voor de vrijheid in de bres gesteld hadden, zagen in, dat het ontmoedigde volk niet langer tot krachtdadig handelen te bewegen was. Zij trokken zich terug en poogden zich in de tempels van Calauria en Aegina tegen de wraak der Macedoniërs te beveiligen.

Phocion en Demades, die trouwe vrienden der Macedoniërs, werden tot Antipater gezonden, om gunstige vredesvoorwaarden van hem af te smeeken. Het is opmerkelijk, dat aan Demades de hooge waardigheid van afgezant opgedragen werd, aan denzelfden man, die kort te voren van zijne burgerlijke rechten beroofd en ongeschikt verklaard was om in het openbaar het woord te voeren. De Atheners meenden, dat hij bij uitnemendheid de geschikte persoon was om Antipater gunstig jegens hunne stad te stemmen, derhalve schonken zij hem zijne burgerlijke rechten terug en benoemden zij hem tot hun afgezant. Doch zelfs dit vernederende besluit bleef zonder uitwerking. Phocion was niet in staat om gunstige vredesvoorwaarden van Antipater te verwerven en Demades wilde het niet doen.

Antipater eischte, dat de Atheners alle oorlogskosten betalen en daarenboven Demosthenes, Hyperides en eenige andere volksredenaars aan de overwinnaars uitleveren zouden, een eisch dien zij volstrekt niet konden vervullen, daar deze alreeds gevlucht waren. Eene Macedonische bezetting zou voortaan in de haven Munychia opgenomen, de democratische staatsregeling zou vernietigd, alle minvermogende burgers zouden van hun burgerrecht beroofd worden. Antipater bood aan, hun aan vreemde kusten nieuwe landerijen te schenken. Ook de Atheners, die op Samos gevestigd waren, moesten van hunne bezittingen beroofd en deze aan de vroeger verdreven Samiërs teruggegeven worden.

Tevergeefs smeekte Phocion om eene zachtere behandeling. Met hard-

Sluiten