Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het viel hem niet moeilijk. Antipater te overrede», want Perdiccas had kort te voren een gewidhtigen stap gedaan, die omtrent zijne plannen niet den minsten twijfel overliet. Ten einde zich Antipater tot vriend te maken, had hij vroeger naar de hand der dochter van den ouden veldheer gedongen en die ook verkregen, thans echter vond hij het voordeeliger, zich met de koninklijke familie te verbinden, om zich zoo aanspraak op den troon van Macedonië te verwerven. Olympias bood hem de hand harer dochter Cleopatra, de Epirotische koningin-weduwe, aan. Een tijd lang weifelde Perdiccas; aan den éenen kant kwam het hem gevaarlijk voor, zich Antipater tot vijand te maken door diens dochter te verstooten; aan den anderen kant lokte hem het erfrecht aan, hetwelk hij met de hand van Cleopatra verkreeg. Deze, namelijk, de laatste zuster van Alexander, had in de schatting van vele Macedonische grooten meer aanspraak op den troon dan de onbeduidende Philippus Arrhidaeüs, de zoon eener Thessalische hetaere, of zelfs dan de jonge Alexander, die uit Roxane, eene Aziatische vrouw, geboren was.

De verbintenis met Cleopatra was in het oog van den rijksbestierder des te uitlokkender, naarmate de aanspraken van Philippus Arrhidaeüs juist in dien tijd door eene familieverbintenis versterkt waren. Cynane, de dochter van Philippus van Macedonië en van eene Illyrische vorstin, was gehuwd geweest met dien Amyntas, dien Alexander de Groote bij zijne troonsbestijging had laten vermoorden; uit dezen echt was een« dochter, Eurydice. geboren. Cynane was eene ruwe, hartstochtelijke vrouw; de oorlog was haar lust; meermalen nam zij in persoon aan bloedige gevechten deel. In een oorlog met de Illyriërs had zij met eigen hand hunne koningin verslagen. En zoo de moeder, zoo de dochter. Het nauwelijks vijftienjarige, beeldschoone meisje was even woest, even oorlogszuchtig als hare moeder, en dus volkomen berekend om eene belangrijke rol te spelen in dat aan krygsgebeurtenissen zoo rijke tijdsgewricht.

Cynane meende aan hare dochter en daardoor zich zelf niet beter een krachtigen invloed op het bestuur van het uitgestrekte rijk te kunnen verschallen, dan wanneer zij Eurydice aan Philippus Arrhidaeüs tot vrouw gaf. Met een klein leger verliet zij eensklaps Macedonië in den herfst van 322; tevergeefs poogde Antipater haar terug te houden; met het zwaard in de vuist baande zij zich een weg en het gelukte haar, Azië te bereiken.

Perdiccas was verschrikt over dien zonderlingen tocht; de verbintenis van Philippus Arrhidaeüs met Eurydice achtte hij hoogst gevaarlijk; hierom beval hij zijn broeder Alcetas aan het hoofd eener krijgsbende tegen Cynane op te trekken, de vorstin aan te vallen, waar hij haar ook aantrof, en haar levend of dood in zijne handen te leveren. Toen de beide legers elkander ontmoetten, weigerden de Macedoniërs van Alcetas, tegen de dochter van bun geliefden koning Philippus te strijden, zij eischten dat de beide legers vereenigd zouden worden. Alcetas wist het bevel van zijn broeder op geene andere wijze op te volgen, dan door Cynane te laten vermoorden.

Het bericht van deze schandelijke daad ontstak de soldaten in dolle woede; zij dreigden met openbaren opstand tegen den rijksbestierder, zij eischten onstuimig, dat Eurydice met hun koning Philippus Arrhidaeüs huwen zou. Perdiccas zag zich gedwongen om zich naar den wil der Macedoniërs te voegen; ten einde een gevaarlijken opstand te voorkomen, beloofde hij hun, dat Philippus Eurydice huwen zou.

Hierdoor verkreeg de zwakhoofdige koning een dubbel erfrecht. Perdiccas aarzelde nu niet langer; hij verstiet de dochter van Antipater en nam de hand van Cleopatra aan. Zoo was de laatste band, die de beide veldheeren aan elkander hechtte, verscheurd.

De rijksbestierder moest thans met inspanning van alle krachten den strijd tegen de satrapen, en wel in de eerste plaats tegen Ptolemaeüs, aanvangen. Aan Eumenes, wien hij de door den dood van Leonnatus en door de vlucht

Sluiten