Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal waren zij mannen van groote beschaving; als beschermers van de kunst droegen zij zorg. dat de roem van Sicyon als kweekplaats van echten kunstzin niet verdonkerd werd; daarentegen regeerden zij met onbeperkte willekeur, dikwijls met barbaarsche wreedheid. Zij deinsden niet terug voor hel verbannen of het ter dood brengen van hunne tegenstanders, voor willekeurige vonnissen, voor de verbeurdverklaring van goederen, waardoor zij zich de middelen verschaften om zich met de weelde en den luister van Aziatische vorsten te omringen.

In dezen lijd van binnenlandsche onlusten werd Aratus te Sicyon geboren. Toen hij zeven jaar oud was, werd zijn vader, een der rijkste en aanzienlijkste burgers der stad, op bevel van den tyran Abantidas vermoord. Deze stond ook den knaap, den erfgenaam van groote schatten, naar het leven en ternauwernood gelukte het den vrienden zijns vaders, hem te redden en met hem naar Argos te vluchten. Daar werd hij in een onverzoenlijken haat legen de tvrannen opgevoed.

Abantidas, niet in staat zich lang in het bewind te handhaven, was door andere tvrannen opgevolgd. Toen Aratus tot jongeling was opgegroeid, regeerde te Sicyon een zekere Nicocles, de willekeurigste van alle regenten, die binnen den korten tijd van vier maanden niet minder dan «0 burgers in ballingschap zond. In weerwil van zijn despotiek bestuur was Nicocles niet bij machte om het aanzien van den staal op te houden; ternauwernood gelukte het hem de Aetoliërs te verdrijven, die in het gebied van Sicyon binnendrongen, om zich van de rijke stad meester te maken. Iloe zwakker hij zich tegenover een buitenlandschen vijand betoonde, des te onverdragelijker moest zijne tyrannie voor de burgers der stad zijn en des te levendiger werd de hoop der ballingen, dat het hun gelukken zou, den gehaten man ten val te brengen. Naar den jongen, rijken Aratus, die zich te Argos van eeu talrijken dienarenstoet omringd had en die daar ten gevolge van dagelijksche lichaamsoefeningen tot een krachtig jongeling was opgegroeid, wendden zich de oogen aller ballingen als naar hun aanstaanden veldheer. Want Aratus had ook in zijne ballingschap zijn macht en invloed behouden; hij stond in nauwe betrekking met den koning van Egypte en dien van Macedonië, met wie hij door zijn vader bevriend was, terwijl hij den eerste daarenboven voor zich gewonnen had, door hem sciioone Sicyonische schilderijen ten geschenke te geven.

Het kon voor Nicocles geen geheim blijven, dat alle ballingen zich om Aratus als om hun natuurlijken leidsman schaarden; hij omringde den jongeling dus met spionnen, maar Aratus wist hen om den tuin te leiden. Terwijl hij heimelijk met de ballingen onderhandelde en vast besloten had, den tyran ten val te brengen en zijne vaderstad te bevrijden, gaf hij zich in schijn geheel en al aan vermaak en zingenot over. Met eene kalme bezonnenheid, die men op zijn leeftijd waarlijk niet dikwijls aantreft, met eene list en eene geslepenheid, die de meest ervaren staatsman zich niet had behoeven te schamen, bereidde hij in stille eene stoute onderneming voor.

Aanvankelijk was hij van plan zich aan het hoofd der ballingen te plaatsen en met hen een openlijken strijd tegen den tyran te wagen, toen hij een bericht ontving, hetwelk hem een beier plan aan de hand deed. Uit den kerker te Sicyon was een gevangene ontsnapt, wien het gelukt was. den stadsmuur over te klimmen en Argos te bereiken. Hier wist hij toegang tot Aratus te verkrijgen, wien hij meedeelde dat men op dezelfde plaats, waar hij over den muur geklommen was, ook gemakkelijk de slad kon binnendringen. Een der saamgezworenen, die terstond naar Sicyon was afgezonden om de gesteldheid der plaats op te nemen, bevestigde de mededeeling van den vluchteling; één hinderpaal slechts stond aan de uitvoering van bet plan in den weg: in de nabijheid van den muur woonde een hovenier, wiens huis door honden bewaakt werd; zoodra men den muur naderde begonnen de honden te bladen en wekten zij alzoo de verdedigers van de stad. In

Sluiten