Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervan zette Agis in liet jaar 243 de verkiezing van zijn vriend Lysander tot ephoor door. Thans scheen de tijd gekomen om met zijne plannen tot hervorming van den slaat voor den dag te komen; Lysander diende hij de gernsia een voorstel in om alle schulden uit te delgen en de landerijen opnieuw te verdeelen: 4300 stukkun grond zouden hij het lol onder de Spartanen, 15,000 onder de Perioeken verdeeld worden, die in slaat waren de wapenen te dragen. 13e gemeenschappelijke maaltijden, gelijk ze door Lycurgus ingevoerd waren, zouden opnieuw gehouden en de oude Spartaansche tucht en zeden weer hersteld worden.

liet plan van den jongen koning werd in de volksvergadering met geestdrift ontvangen; Agis verklaarde zich bereid om zijn gelieele vermogen aan den staat len otter te brengen, terwijl ook Agasistrata en Archidamia het edelmoedig besluit opvatten om hel voorbeeld van haar zoon en kleinzoon te volgen. De overige rijke grondbezitters daarentegen verzetten zich up het hevigst tegen dit voornemen. Toen hel voorstel in de gerusia in stemming werd gebracht, werd het met meerderheid van ééne stem verworpen. Koning Leonidas bracht door zijne stem dezen uitslag teweeg.

Om hem onschadelijk te maken, werd tegen hem de aanklacht ingediend, dat hij in het rijk der Seleuciden met eene Aziatische vrouw gehuwd was, die hem twee kinderen had geschonken; op grond hiervan maakte Cleombrotus, de schoonzoon van Leonidas, aanspraak op de koninklijke waardigheid. Leonidas werd afgezet en Cleombrotus in zijne plaats gesteld.

Tegen het einde van den zomer van 242 hadden de ephoren hun tijd uitgediend; bij de nieuwe verkiezing werden alleen de aanhangers der oude oligarchie benoemd en dezen waren er op uit alles omver te werpen wat Agis reeds tot stand had gebracht. Hoe ongaarne deze den weg der wettige hervorming ook verliet, thans was hij daartoe genoodzaakt, indien luj niet al zijne plannen wilde opgeven. In vereeniging met Cleombrotus besloot hij, de ephoren af te zetten; dit geschiedde, andere ephoren werden benoemd, en onder anderen ook Agesilaüs; zij, die wegens schuld gevangen zaten, werden ontslagen, de jongelingschap van Sparta greep naar de wapenen, de vreedzame omwenteling was tot stand gebracht. Had Agis rustig te Sparta kunnen blijven, 0111 zijne hervormingsplannen verder ten uitvoer te brengen, hij zou waarschijnlijk zijn doel bereikt hebben, maar de omstandigheden gedoogden dit niet. Een nieuwe rooftocht der Aetoliërö, die door de Macedoniërs tot weerwraak getart waren, vereischte de persoonlijke tegenwoordigheid des konings bij het leger en hij moest hierdoor de hervormingsmaatregelen meer bespoedigen dan raadzaam was. Agesilaüs, die zelf diep in schulden stak, wist zijn neet over te halen om in de eerste plaats de uitdelging van alie schulden te doen plaats hebben, en dan eerst de verdeeling van de akkers te laten volgen. Alle schuldbekentenissen werden in het openbaar op de markt verbrand, vervolgens trok Agis in de lente van 241 naar den Isthmus, om den strijd tegen de Aetoliërs in vereeniging met de Achaeërs te beginnen.

Wij bezitten omtrent dezen veldtocht slechts weinig berichten, de uitkomst van den strijd kan ons dienvolgens alleen belang inboezemen. De Aetoliërs werden geslagen, koning Agis trok naar Sparta terug, doch hier vond hij de omstandigheden op eene voor hem hoogst ongunstige wijze .veranderd. Agesilaüs had de hem opgedragen waardigheid als ephoor gedurende de afwezigheid van zijn koninklijken neef op schandelijke wijze in zijn eigen voordeel misbruikt; hij had zich aan de gruwelijkste afpersingen schuldig gemaakt en verscheen steeds in het raadhuis door eene met dolken gewapende lijfwacht omringd. Van de verdeeling van de landerijen was geene sprake meer: Agesilaüs zelf behoorde immers tot de grootste grondbezitters en nadat hij van zijn schuldenlast ontslagen was, dacht hij niet meer aan de vervulling van zijne belofte ten aanzien der goederen verdeeling. Tegenover den koning Cleombrotus steunde hij op de macht, door zijne waardigheid als ephoor hem ver-

p

Streckfuss. II. "

Sluiten