Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op ééne voorwaarde verklaarde Cleomenes zich hiertoe bereid, namelijk, wanneer hij lol opperhoofd van het verbond benoemd werd. Te Argos zou eene samenkomst gehouden worden om de vredesvoorwaarden verder te bespreken.

Wanneer Cleomenes overeenkomstig zijn eiscli tot opperhoofd van het Achaeisch verbond benoemd werd, dan — dit begreep Aratus zeer goed — was het met de vrijheid der bondgenooten gedaan. Gelijk hij te Sparla, zij het dan ook onder den vorm van de Lycurgische wetgeving, de alleenheerschappij had ingevoerd, zou bij iu het vervolg ongetwijfeld ook over den geheelen Peloponnesus regeeren. Onder zulk een koning moest de gelijkheid van alle leden, moesten de democratische instellingen van den bond wel vernietigd worden. Aratus maakte hierop de Achaeërs opmerkzaam. De geschiedschrijvers, welke zich jegens alle democratische ontwikkeling vijandig beloonen, zeggen, dal hij alleen uit ijverzucht zoo gehandeld heeft, dal Cleomenes het voorwerp van zijn haat was, dewijl deze zijne macht bedreigde.

De Achaeërs, die den koning wantrouwden, vorderden dat hij zich zonder geleide naar Argos begeven zou, dewijl zij vreesden, dal hij door middel zijner soldalen een ongeoorloofde» invloed op de vredesonderhandelingen zou uitoefenen. Als antwoord op dezen eisch, hervatte Cleomenes den oorlog, waarin hij opnieuw schitterende zegepralen behaalde.

Aratus zag het Achaeisch verbond, hetwelk hij als zijn kind beschouwde, welks macht hij gegrondvest en steeds uitgebreid had, in het dreigends! gevaar verkeeren. Ilij achtte de hulpmiddelen, door den bond hem aangeboden, niet langer voldoende om den Spartanen hel hoofd te kunnen bieden; hij zag naar vreemde bondgenooten om. en de man. die Griekenland van de Macedonische overheersching bevrijd had, besloot, den Macedonischen koning als redder in te roepen, hij wilde de vrijheid der Achaeërs door tusschenkomst van een koning verdedigen, in plaats van op de krachtsinspanning van den bond zelf zijn vertrouwen te vestigen. Den bijstand der Macedoniërs kocht hij in den zomer van 223 door de belofte, dat hij hun de Acropolis van Corinthe, die hij eens uit hunne handen bevrijd had, overleveren zou.

Tegen zulk een prijs was Anligonus Doson volkomen bereid 0111 meteen leger naar den Peloponnesus op te rukken. Na meer dan één hardnekkig gevecht werd Cleomenes op het Spartaansche grondgebied teruggedrongen; de Spartanen verloren de eene door hen veroverde stad na de andere en in den zomer van 221 kwam liet eindelijk bij Sellasia lot een bloedig gevecht, waarin 6000 Spartanen sneuvelden.

Het Spartaansche leger was vernietigd en Cleomenes buiten staat den vijand weerstand te bieden. Niets bleef over dan zijn leven te redden door naar Egypte, tot den met hem bevrienden koning Ptolemaeüs Euergetes te vluchten, in de hoop dat deze hem troepen zou leveren 0111 daarmede Sparta te heroveren. Ptolemaeüs beloofde hem dit, doch voordat hij zijn plan volvoeren kon, sliert hij in den herfst van 221 en zijn opvolger Ptolemaeüs IV Philopator paaide hem met ijdele beloften, ja liet hem eindelijk, dewijl hij den stoutmoedigen man vreesde, in één zijner paleizen gevangen zeilen.

Cleomenes, in al zijne verwachtingen teleurgesteld, besloot nog eene laatste poging te wagen; hij wilde het Egyptische volk in opstand brengen, den koning onttronen en vervolgens naar Sparta trekken. Gebruik makende van eene tijdelijke afwezigheid des konings verliet hij met de Spartanen, die hem op zijne vlucht naar Egypte vergezeld hadden, tegen den middag het paleis, dat zijne gevangenis uitmaakte, en snelde met hen de straten rond, den burgers het woord: «vrijheid, vrijheid"! toeroepend. Deze dachten echter volstrekt niet aan een opstand; met stomme verbazing keken zij de Spartanen aan, die als razenden door de straten renden en hunne dolken zwaaiden. De Acropolis was het doel der vermetelen; daar wilden zij de gevangenissen openbreken, doch hun aanval werd zonder moeite afgeslagen. Cleomenes zag in, dat hij eene halfwaanzinnige onderneming begonnen had. Te midden van

Sluiten