Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard verspild. Athene levert ons het treurigste beeld van het verval der Grieksche zeden.

Nog in de dagen van Pericles hadden de Atheners. terwijl zij hunne stad met de prachtigste gewrochten van bouw- en beeldhouwkunst versierden, terwijl zij onnoemelijke schatten besteedden om Athene tot het middelpunt der Grieksche kunstwereld te verbetten, een huiselijk leven geleid, dat zich dooiden grootst mogelijken eenvoud onderscheidde. Pericles zelf was hen in dit opzicht met zijn voorbeeld voorgegaan.

De huizen, ook der rijkste burgers, hadden slechts ééne verdieping, en zoo zij al van binnen vroolijk en gemakkelijk ingericht waren, van buiten vertoonden zij niet het minste sieraad, zoodat de vreemdelingen, die Athene bezochten, zich niet genoeg konden verwonderen over de tegenstelling, die de prachtige openbare gebouwen met de onaanzienlijke bijzondere woningen vormden.

De Atheners van dien lijd hadden inderdaad ook geene praalvertrekken van noode; zij brachten slechts een klein gedeelte van hun leven in huis door; al hun tijd wijdden zij aan de staatszaken of zij zochten afleiding van die ernstige bezigheden in den schouwburg of de gymnasiën. Reeds met het aanbreken van den dag vulden zich de straten, de markt bood weldra een levendig tooneel aan; hier kwamen de burgers bijeen, hier behandelden zij de belangrijkste staatszaken, of zij spoedden zich naar de gymnasiën, waar zij zeker waren nog gezelschap te zullen vinden, hier. langs de liefelijke, belommerde paden heen en weder wandelende, bereidden zij zich lot hunne bezigheden in de gerechtshoven of in de volksvergaderingen voor.

Een groot deel der burgerij moest zijne kracht aan de staatszaken wijden; de overigen legden zich toe op handel en nijverheid en de daarmee verwante beroepen, welke in de hoofdstad van Attica. de beheerscheres der zee, een hoogen trap van bloei bereikt hadden. Doch de behartiging van de staatszaken, bet werken ten nutte van het gemeenebest werd boven elke andere bezigheid gesteld. Ook in dat tijdperk, gedurende hetwelk deze arbeid nog zonder geldelijke vergoeding verricht werd, waren de meeste burgers, met uitzondering der armsten alleen, in staat om zich daaraan te wijden, want bijna alle handenarbeid werd door slaven verricht. De slavernij maakte ook in dien schoonsten lijd van Griekenlands bloei de kankerende wond in het lichaam der Atheensche staatsinrichting uit. reeds toen werkte zij ontzenuwend en droeg zij tot het verval der democratie het bare bij.

De slaaf werd ternauwernood als een mensch beschouwd. Het slavenvleesch was goedkoop; een slaaf kostte vijf maal minder dan een paard, zelf de armste burgers konden ten minste één slaaf koopen, om dien voor den laagsten huiselijken en landelijken arbeid te gebruiken. Welgestelde Atheners bezaten vijttig en meer slaven en verhuurden die om voor minder gegoeden te arbeiden. Was de behandeling, welke deze ongelukkigen ondervonden, reeds toen bard, in lateien tijd was zij onmenschelijk. Bij de minste aanleiding werden zij gepijnigd, om hun bekentenissen omtrent misdrijven, die zij zouden begaan hebben, of een getuigenis, hetwelk zij. naar men meende, afleggen konden, af te persen. Welk eene geringe waarde de Grieken aan bet leven van een slaaf hechtten, heeft ons de geschiedenis reeds op meer dan ééne bladzijde geleerd.

De arbeid der slaven en later de bezoldiging der openbare ambten stelden de burgers in staat om het grootste deel van bun tijd aan de staatszaken te wijden. Om zich na deze bezigheden en na den aan bun beroep verbonden arbeid te ontspannen, begaven zij zich naar de gymnasiën, waar zij zich ijverig op lichaamsoefeningen toelegden, ten einde in staat te zijn om ook op het slagveld hunne vaderstad te dienen, of zij verfrischten zich door hel nemen van een bad, gewoonlijk vóór den maaltijd.

Het nemen van een bad behoorde tot de levensbehoeften der Grieken; geen enkelen dag werd dit verzuimd. De armere burgers begaven zich hiertoe

Sluiten