Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elruscische bouwkunst zijn de Philistijnsche grachten, de overblijfsels van reusachtige kanalen, waardoor de overstroomingen van den Po onschadelijk gemaakt, de moerassen in vruchtbaar bouwland herschapen werden.

Aan den mond van den Po treft men sporen aan van kolossale aarden dijken, ten einde den omtrek tegen de overstroomingen der rivier te beveiligen. De ruinen van Volatterrae, het tegenwoordige Vollerra, vertoonen ons nog heden muren, uit reusachtige steenblokken samengesteld, die aan de Cyclopenmuren van Griekenland doen denken. Dergelijke overblijfselen zijn ook op verschillende andere plaatsen bewaard gebleven. Zeer beroemd was in de oudheid het grafteeken van koning Porsenna, hetwelk, naar men verhaalt, uit vijf pyramiden ter boogie van 150 voet bestond.

Ook van de Elruscische kunst zijn ons gedenkteekenen bewaard gebleven. Wij zien uit de nog overgebleven schilderijen en beeldhouwwerken, dat de Efruscen wel veel aanleg voor eene nauwkeurige uitvoering en een juisten vorm bezaten, maar dat het hun aan alle geniale verheffing, aan alle waarlijk aesthetische opvatting ontbrak.

De Etruscen hebben op de ontwikkeling van het Romeinsche volk een niet onbelangrijken invloed uitgeoefend, al was die dan ook niet zoo groot als men vroeger wel meende. Het jongste geschiedkundig onderzoek heeft geleerd. dat de vroegere voorstelling, alsof de Etruscen een bestandddeel van het Romeinsche volk uitgemaakt hadden, onjuist is. Aan den anderen kant is het niet te ontkennen, dat de Romeinen veel van de Etruscische zeden hebben overgenomen. De haruspices te Rome waren altijd Etruscen, de wichelarij was aan den Etruscischen godsdienst ontleend. Ook de leekenen der koninklijke waardigheid gingen — gelijk we boven reeds opmerkten — van de Etruscen op de Romeinen over; de luisterrijke triomftochten der Romeinsche veldheeren behoorden oorspronkelijk bij de Etruscen te huis, gelijk ook de muziek der Romeinen van hen afkomstig was. Zangers en tooneelspelers kwamen altijd uit Etrurië. Ook in lateren tijd was de Elruscische taal in het oog der aanzienlijke Romeinen van zooveel belang, dat zij hunne zonen daarin lieten onderwijzen.

Een nog sterkeren invloed dan de Etruscen oefenden de Sabijnen op de vrijheidlievende bergvolken, die een lak van den Umbrisch-Samnielischen stam uitmaakten, op de Romeinen uit. De Sabijnen vormden in al hunne zeden en gewoonten de sterkst mogelijke tegenstelling met de Efruscen. Al stond ook bij hen eene aristocratie aan het hoofd des volks, toch was dit aan den adel volstrekt niet slaafs onderworpen en ging het onder den druk der heerschende kasfe niet half zoo diep gebogen als in Etrurië.

Het geheele volk, edelen zoowel als vrije boeren, hield zich rnet landbouw en veeteelt bezig; ook de edelen bebouwden hun akker met eigen hand. Mot deze hoofdbezigheid des volks stonden de nationale feesten in het nauwste verband, ook de godsdienstige plechtigheden werkten mede om vlijt en nauwgezetheid in het bebouwen van den grond als den duren plicht van eiken burger te doen beschouwen. Het gevolg hiervan was, dat de landbouw een hoogen trap van bloei bereikte, en dat alle streken van het uitnemend bebouwde land hare bevolking snel zagen toenemen. Al de bewoners leefden verstrooid in een (al van dorpen, steden waren er bijna niet, alleen enkele versterkte plaatsen, waar men bij een vijandelijken inval een toevluchtsoord kon vinden. De zeden des volks waren zoo rein, dat de uitdrukking Sabijnsche deugd bij de Romeinen later tot een spreekwoord is geworden.

Bijzondere opmerking verdient de wijze, waarop de huwelijken gesloten werden. De jongelingen en maagden kwamen bijeen; de jonge mannen, die als de voortreffelijkste bekend stonden, verkregen het recht om zich uit de huwbare maagden eene vrouw te kiezen. Vervolgens werden de overgebleven meisjes verdeeld onder hen. die zich bij hel onderzoek niet onderscheiden hadden. Het huwen op jeugdigen leeftijd had een snellen aanwas der bevol-

Sluiten