Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kin" ten "gevolge, het ontstaan van overbevolking voorkwam men door de boven reeds medegedeelde instelling der heilige lente. Weienschap en kunst bloeiden bij de eenvoudige landbouwers niet, wij treilen bij ben geen spoor van de reusachtige bouwwerken aan, waardoor de Etruscen zich onderscheidden.

De Italiaansche volksstam, die voor de geschiedenis van Rome de belaii"riikste van allen zou worden, omdat hij de eigenlijke kern der Romeinsche natfe vormen zou, was die der Latijnen; zij bewoonden hel landschap Latium. dat kleine, ten westen door de zee bespoelde gebied, hetwelk ten noorden door den Tiber begrensd werd en zich ten zuiden tot aan bet Volsciscbe „ebergtr uitstrekte, terwijl ten oosten de bergen der Sabijnen en Aequers

zijne grenzen vormden.

De Latijnen waren insgelijks een landbouwend volk. In de dagen van Rome's stichting hadden zij reeds een vrij hoogen trap van beschaving bereikt. Zij woonden in een groot aantal steden, die op bergen en heuvels aangelegd en wel versterkt waren. Elke stad vormde een kleinen staat, aan welks hoofd een koning stond, die met medewerking van een raad der ouden en van eene volksvergadering regeerde.

De Latijnsche steden hadden zich tot een verbond vereenigd, aan welks hoofd Alba Longa stond. Hier werd eenmaal 'sjaars bij de bron van Ferenlina de plechtige Rondsvergadering gehouden. De koning van Alba Longa was opperhoofd en veldheer van het verbond.

TWAALFDE HOOFDSTUK.

l)e oudste legenden omtrent Rome. Afkomst der Romeinen van Aeneas Numitor en Amulius. Romulus en Remus. Stichting van Rome. Remus vermoord. De Sabijnsche maagdenroof. Oorlog met de Sabijnen. De legende van Tarpeja. De oudste staatsregeling van Rome Dood van Romulus. Numa Pompilius. Zijne vreedzame regeering. Regeling van het priesterschap.

De oudste geschiedenis van Rome is geheel in het duister der sage gehuld. Van al de bijzonderheden, die ons verhaald worden omtrent de stichting der later zoo reusachtige stad, zelfs van die, welke de geschiedenis der Romeinsche koningen bevat, rust geene enkele op historischen grond; al ligl misschien in de sage eene geschiedkundige kern verborgen, het is ons toch onmogelijk, die los te maken van den bolster van sprookjes en overleveringen, waarin zij gehuld is. Legende en geschiedenis zijn hier zoo tot een ondeelbaar geheel te zamen gegroeid, dat elke poging om tot de waarheid door te dringen, vruchteloos is. Toch is dezelfde overlevering voor den geschiedvorscher van het hoogste belang: de Romeinen zelf beschouwden die als zuivere historie, hunne redenaars beriepen zich op haar in de volksvergaderingen. hunne kunstenaars vereeuwigden de helden der sage in hunne uitstekendste scheppingen, hunne dichters voelden zich lot vurige geestdrift ontvonkt door de herinnering van dat in tooverglans gehuld verleden.

Latere Romeinsche schrijvers hebben de ongelukkige poging gewaagd om aan de schoone sagen met geweld eene andere beteekenis op te dringen, en de geschiedkundige kern daaruit aan het licht Ie brengen. In de schatting des volks echter bleef de oorspronkelijke overlevering zijn dierbaarst nationaal eigendom; bet bleef daaraan trouw geloof slaan en ook wij willen ons aan

Sluiten