Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lan^ N liun groolvader uithouden. Numitor gaf hun als bewijs van dankbaarheid een groot stuk land aan den Tiber in eigendom en vergunde bun. op de plaats, waar de wolvin hen aan den oever gevonden had, eene stad te bouwen. Met hunne vroegere vrienden en makkers (rokken Romulus en Remus naar den Tiber, maar eer zij noch een aanvang met bouwen gemaakt hadden, brak er tusschen de broeders een heftige twist uit: elk van beiden wilde de nieuwe stad stichten, haar zijn eigen naam geven en binnen bare muren bet bewind voeren. Dewijl de broeders het niet eens konden worden, besloten zij de beslissing aan de goden over te laten. Romulus ging naar den Palatijnschen berg, Reinus naar een anderen heuvel, hier wachtten beiden af, wien hunner de goden het eerst een gunstig teeken zouden geven. Een geheele dag en de daarop volgende nacht verliepen, aan geen van beiden gaven de goden een blijk van hunne gunst, toen Remus eensklaps zes gieren aanschouwde, die van het noorden naar het zuiden vlogen. Dit was een teeken der godheid! Onmiddellijk daarop kwam eene vlucht van 12 gieren, die Romulus het eerst zag. Elk der broeders beweerde thans, dat de goden te zijnen gunste beslist hadden. Remus, dewijl hij het eerst liet teeken ontvangen had, Romulus, omdat bij een grooter aantal vogels had gezien. Ook de aanhangers der broeders mengden zich in den twist, ook zij verdeelden zich in twee partijen, liet kwam tot een strijd, waarin Remus en zijne vrienden werden overwonnen. Romulus, de overwinnaar, werd de stichter en koning van de nieuwe slad.

Aan den linkeroever van den Tiber, ongeveer drie Duitsche mijlen van den mond dezer rivier, op den Palatijnschen berg, een der zeven heuvelen, waarover zich later liet ontzaglijke Rome uitbreiden zou, legde hij den grond voor de toekomstige wereldstad. De oude Italiaansche steden werden in den regel op bergen gebouwd, dewijl de natuur zelf hier de versterking begunstigde. De Palatijnsche heuvel was dus voor het stichten van eene stad bijzonder geschikt, het was slechts noodig. dien aan zijn voet meteen muur en borstwering te omringen, ten einde de versterking te voltooien.

Naar oud gebruik trok Romulus met een ploeg, die met een witten stier en eene witte koe bespannen was, eene voor, die de plaats moest aanduiden waar de muur verrijzen zou; zorgvuldig gaf hij er op acht. dat bij het ploegen alle kluiten binnenwaarts vielen. Over de geheele lengte der getrokken voor werd de nieuwe stad met een muur, eene borstwering en eene gracht ingesloten. In den beginne was dit ongetwijfeld eene armzalige versterking, zoodat Remus, die nog altijd een wrok tegen zijn broeder koesterde, daarover kon springen; hij deed dit om Romulus te beschimpen en deze werd daarover zoo boos. dat bij zijn broeder doodde.

De stad was gesticht. Volgens de meest gebruikelijke tijdrekening, die van Varro, neemt men aan, dat dit op den 21en April 753 v. C. heeft plaats gehad.

De eerste bulten der kolonisten verrezen, Romulus regeerde over zijne vroegere vrienden en makkers als koning; hij legde zich toe op de uitbreiding van zijn rijk; derhalve was zijn klein aantal vrienden niet genoegzaam om zijne nieuwe stad te bevolken, en hij vond lot bereiking van dit doel een ander middel uit. Hij opende, namelijk, te Rome eene vrijplaats, waar alle ballingen der naburige volken, allen, die zich aan moord of aan roof schuldig gemaakt hadden en uit hun land gevlucht waren, gastvrij werden opgenomen; zelfs weggeloopen slaven waren welkom. Een ruw volk verzamelde zich rondom Romulus, allen ongehuwde mannen; dezen waren niet in staat voor de uitbreiding der bevolking der stad in de toekomst te zorgen, dewijl het hun aan vrouwen ontbrak. Tevergeefs wendden zij zich tot de naburige volken, tevergeefs poogde Romulus met hen verdragen te sluiten om voor zijne onderdanen vrouwen te verkrijgen, zijne voorstellen werden op smadelijken toon afgewezen. Noch de Sabijnen, noch de Latijnen wilden aan de woeste roovers hunne

Sluiten