Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lastige ceremonieel nauwkeurig kenden en daardoor alleen in staal waren om den menscli met de goden in betrekking te brengen een veel grooteren invloed bij de Romeinen moesten uitoefenen, dan zij ooit bij de Grieken hadden Dezelen. Ondanks deze belangrijke plaats, door ben ingenomen, konden de priesters liet toch nooit zoo ver brengen dat zij als de eenige tusschenpersonen lusschen de goden en menscben beschouwd werden. Het gezond \erstand des volks kon zulk een dwangjuk niet dulden. In alle tijdperken der geschiedenis hebben de Romeinen zich ook rechtstreeks, zonder tusschenkomsl der priesters, tot hunne godheden gewend.

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

De consuls. De offerkoninzen. De quaestors. Ue eerste tijd der republiek. Samenzwering der Patriciërs. Terechtstelling van de zonen van Brutus. Brutus dood. Valerius Publicola Porsenna voor Rome. Horatius Cocles. Mucius Scaevola. Cloelia. He republiek in gevaar. Komst van Appius Cla.idius te Rome. De dictatuur. Slag bij het meer Regillus. Begin van den strijd tussehen de patriciërs en plebejers. Verhouding tusschen "schuldeischers en schuldenaars. Het volk wijkt voor de eerste maal naar den heiligen berg. De fabel van Menenius Agrippa. De volkstribunen. Conolanus.

Het eerste tijdperk der Romeinsche republiek behoort, evenzeer als dat van het koningschap, tot het gebied der legende Maar deze nadert thans meer eu meer tot de geschiedenis; al zijn dan ook de verbalen, door latere geschiedschrijvers omtrent dien tijd ons meegedeeld, aan heldenzangen en mondelinge overleveringen ontleend, toch dragen zij een geschiedkundig karakter

Na den val van Tarquinius Superbus werd de koninklijke waardigheid le Rome wel in naam, maar niet metterdaad afgeschaft; in de plaats van den éénen voor zijn gansche leven verkozen koning waren er twee^ die slechts voor den tijd van één jaar benoemd werden en den naam van consuls droegen. De patriciërs hadden de omwenteling in het leven geroepen, zij poogden daarvan dus in bun voordeel partij te trekken; aan het volk, den plebejers stonden zij slechts zooveel rechten toe, als zij. door den nood gedrongen, wel toestaan moesten Zij brachten het door Tarquinius Superbus verminderde getal der senatoren weer op 300, terwijl zij uit de plebejische ridders nieuwe senatoren benoemden. De consuls echter bleven in het bezit van de koninklijke macht, zelfs van de teekenen der koninklijke waardigheid; slechts eenige onbeduidende voorrechten werden hun ontnomen. , • •,

Voor het brengen van zekere offeranden bleef de titel van koning in zwans- een offerkoning moest de daaraan verbonden plechtigheden volbrengen, maar 'een bepaalden staatkundigen invloed bezat deze met; lnj stond onder het toezicht van den opperpriester en ten einde dezen koning builen alle mogelijkheid te stellen om ooit in de staatkundige aangelegenheden des volks in te ^rijpen was het bekleeden van een staatsambt hem verboden. Het beheer van de staatskas werd insgelijks van het ambt der consuls gescheiden en opgedragen aan twee quaestoren; doch de keus dezer quaestoren was aan de ionsuls toevertrouwd, zoodat deze een onbepaalden invloed op die

beambten uitoefenden. .

Ten aanzien van alle overige punten was de macht der consuls\olkomen aan die der koningen gelijk. Het eenige onderscheid bestond daarin dat de koninklijke macht thans tusschen twee mannen verdeeld was, terwijl vroeger

Sluiten