Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, dat voor eene grijze de verbanning uit zijne vaderstad de vreeselijkste straf was.

De geschiedenis van Coriolanus, gelijk wij haar onzen lezers medegedeeld hebben, behoort tot het gebied der legende: waarschijnlijk bevat zij eene historische kern; doch wat waarheid, wat latere verdichting is, kan niet meer worden uitgemaakt. Wij stellen in dit verhaal veel belang, omdat het dooide latere Romeinen aan hunne jongelingen meegedeeld werd, ten einde hun een voorbeeld van oud-Romeinsche deugd en echten moed voor oogen te stellen, een voorbeeld namelijk van den fleren moed der tribunen, die den iriachtigsten man van geheel Rome voor hun rechterstoel daagden, en van de edele gestrengheid der moeder, die haar zoon niet omarmen wilde, toen deze als vijand de stad naderde, en die daardoor diens overmoedigen trots wist te fnuiken.

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

De oorlog met de Vejenten. De Fabii. De eerste akkerwet. Spurius Cassius Viscellinus. Genueius vermoord. Publiiis Volero en zijne wet. Appius Claudius. De pest te Home. Gajus Terentillus Arsa en zijne wetsvoordracht. De overmoed der patriciërs. Kaeso Quintius.

Al was Rome na den terugtocht van Coriolanus van een groot gevaar verlost, toch genoot de republiek geen rust, noch van binnen noch van buiten. I)e strijd tusschen de patriciërs en plebejers om het oppergezag in den staal duurde voort en ondermijnde de krachten des volks, zoodat dit gedurende de eerstvolgende jaren niet in staat was om in de onafgebroken oorlogen met de naburige volken lauweren te behalen. De belangrijkste dezer oorlogen werd tegen de Etruscische stad Yeji gevoerd en duurde bijna 12 jaren, van 485 tot 474 v. C.

De Vejenten waren voor de Romeinen zeer lastige naburen; nadat zij ineer dan eens in een treffen in het open veld geslagen waren, verwoestten zij op telkens herhaalde strooptochten het Romeinsche grondgebied. Tot een veldslag lieten zij zich niet meer verlokken. Zoodra bet Romeinsche leger legen hen oprukte, trokken zij naar Veji terug, om terstond weder op dezelfde wijze als vroeger te werk te gaan.

Aan zulk een stand van zaken moest een eind gemaakt worden. Een edel geslacht, dat der Fabii, bood zich hiertoe aan. De Fabii vormden een der meest beroemde adellijke geslachten van Rome; zij onderscheidden zich niet minder door hunne beproefde en schitterende dapperheid dan door den trotschen overmoed, waarmede zij de plebejers bij elke gelegenheid behandelden. Sinds onheugelijke tijden had een der beide consuls tot het uitgebreide geslacht der Fabii behoord. Hun aanbod om alleen den oorlog met de Vejenten ten einde te brengen, legde een nieuw getuigenis af voor hun onversaagden moed en werd door het volk dankbaar aangenomen.

In het jaar 479 rukten niet minder dan 306 krachtige mannen, die allen tot het geslacht der Fabii behoorden, de poort van Rome uit; slechts een, die nog niet in staat was om de wapens te dragen, bleef in de stad achter. Aan het hoofd hunner clienten trokken de Fabii door de rechlsche opening van de Carmentaalsche poort. In later tijd werd dit altijd voor een onheilspellend teeken gehouden, dewijl de Fabii langs dezen weg Rome verlaten hadden om den dood te gemoet te gaan.

Sluiten