Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren, grepen nieuwen moed, nadal zij in meer dan een gevecht de Elruscen, die van de nederlagen der Romeinen partij wilden trekken om in opstand te komen, verslagen hadden. Eindelijk achtten zij zich zelfs opgewassen tegen het Gallische leger, dat het Capitool omsingeld hield, doch alleen wanneer de altijd zegevierende veldheer Camillus hen aanvoerde, wanneer deze uit de ballingschap teruggeroepen en als dictator aan het hoofd des legers geplaatst werd.

Het besluit daartoe kon slechts de senaat nemen, en deze was op het Capitool door de Galliërs ingesloten. Een stoutmoedig jongeling. Pontius Cominius, besloot, door |het leger der vijanden heen te dringen, om aan de in Veji verzamelde Romeinen het senaatsbesluit over te brengen. Hij zwom over den Tiber, beklom onder begunstiging der nachtelijke duisternis de Tarpejische rots, waar deze het steilst was en dus door de Galliërs niet werd bewaakt. Zoo kwam bij in het Capitool. De senaat benoemde Camillus tot dictator, de comitia curiala bekrachtigden het senaatsbesluit, Pontius Cominius verliet het Capitool langs denzelfden weg en bracht de blijde tijding naar Veji terug. Camillus werd geroepen, hij plaatste zich als dictator aan het hoofd van het leger.

Het wel gelukte waagstuk was bijna op het verderf der Romeinen uitgeloopen. De Galliërs hadden het spoor van den koenen jongeling ontdekt. Waar hij opgeklommen was, meenden ook zij te kunnen opklauteren. Op dezelfde plaats beklommen in zekeren nacht Gallische soldaten de rots; niemand bemerkte hen, geen hond blafte, de schildwachten waren ingeslapen, het Capitool was van alle bescherming verstoken, alleen de ganzen van Jnno waakten. In weerwil van het gebrek aan levensmiddelen hadden de Romeinen op het Capitool de heilige vogels toch verschoond, hiervoor bewezen deze dieren thans hunne dankbaarheid. Door hun hevig snateren wekten zij den patriciër Marcus Manlius; deze snelde naar de rots, reeds had een der Galliërs den top bereikt, Manlius wierp den barbaar met zijn schild achterover naar beneden, de overigen moesten insgelijks wijken. Thans maakte Manlius alarm; zijne krijgsmakkers kwamen opdagen; het Capitool was gered. Doch slechts voor een oogenblik, want de levensmiddelen waren bijna geheel en al verteerd. Zou de geheele bezetting niet verhongeren, dan moest zij zich overgeven. Men zond een bode naar het Gallische kamp, de onderhandelingen begonnen.

De Breunus of aanvoerder der Galliërs loonde zich bereid om vrede te sluiten, ook hem was het staken der vijandelijkheden niet ongevallig, want zijne legerbenden hadden veel geleden van de hitte en van besmettelijke ziekten. Wanneer men hem 1000 pond goud gaf, wilde hij Rome verlaten en deze voorwaarde werd door den Romeinschen krijgstribuun Quintus Sulpicius aangenomen. Hij bracht het goud, doch bij het wegen gebruikte de overmoedige aanvoerder der Galliërs eene onjuiste schaal. Toen Sulpicius zich daarover beklaagde, duwde de Galliër hem op hoonenden toon toe: »Vae victis!" »wee den overwonnenen!" Met dat woord wierp hij zijn zwaard met gordel en al nog op de schaal, waarop de gewichten stonden.

Sulpicius moest zich deze vernederende behandeling laten welgevallen. Doch op hetzelfde oogenblik verscheen Camillus aan het hoofd zijns legers, gereed om slag te leveren. Hij verklaarde de geheele overeenkomst voor nietig, daar hij alleen als dictator het recht bad om de onderhandelingen te voeren. Het kwam tot een slag, waarin de Galliërs het onderspit delfden, in overhaaste vlucht moesten zij de puinhoopen van Rome verlaten. Camillus vervolgde hen en bracht hun op den weg naar Gabii zulk eene beslissende, zulk eene bloedige nederlaag toe, dat niet één krijgsman uit de geduchte legermacht der Galliërs in het leven bleef, om aan zijne volksgenooten in den vreemde te verhalen, welke ramp hun leger getrotfen had.

Zóó luidt het verhaal, dat Livius ons van Rome's verovering dooi de Galliërs meedeelt, een verhaal, hetwelk door de Romeinen algemeen als waarheid aangenomen werd; want dezen geloofden gaarne alles wat den roem hunner voorvaderen kon verhoogen. Andere verstrooide berichten leeren ons

Streckfuss. II.

Sluiten