Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volsinii. Arretium en Perusia sloten in liet jaar 294 een 40jarigen wapenstilstand; de overige steden in het westen van Etrurië zetten den oorlog alleen voort, doch belangrijk was hij niet.

Nog was de moed der Samnieten niet uitgehluscht. Met onbeschrijfelijke volharding zetten zij den strijd voort en het is waarschijnlijk, ofschoon de berichten, die voor ons bewaard zijn, op dit punt niet door duidelijkheid uitmunten, dat zij niet altijd het onderspit delfden. Eerst in het jaar 293 versloeg Liicius Papirius Cursor, de zoon van den beroemden veldheer van dien naam, ben bij Aquilonia in een grooten slag; in het volgende jaar 292 daarentegen brachten zij den consul Quintus Fabius Maximus Gurges, den zoon van den dapperen Rullianus, eene gevoelige nederlaag toe.

De senaat was over deze nederlaag zóó verstoord, dat hij den consul op weinig eervolle wijze van zijn ambt wilde ontzetten; alleen aan de verdiensten en beden van zijn vader had Gurges het te danken, dat deze schande hem bespaard bleef. Rullianus vergezelde in persoon zijn zoon in het veld, om hem als raadsman ter zijde te staan; met zijne hulp gelukte het dan ook den consul, in een grooten slag de Samnieten te verslaan. Tot hun ongeluk viel hun voortreffelijke veldheer Ponlius in de banden der Romeinen, hij werd naar Rome gevoerd om den triomf zijner vijanden op te luisteren. Pontius, die eenmaal aan het Romeinsche leger het leven geschonken had, ontving daarvoor thans zijn loon. Zoolang hij leefde was hij iu het oog der Romeinen gevaarlijk; zij lieten hem daarom in de gevangenis ter dood brengen. Door deze laaghartige wreedheid bezoedelden zij den roem, dien zij door hunne heldendaden hadden verworven.

De kracht der Samnieten was gebroken, nadat zij van hun besten aanvoerder beroofd waren. Wij vernemen niets meer van belangrijke gevechten en in het jaar 290 werd door bet sluiten van een vredesverdrag aan den derden Samnietischen oorlog een einde gemaakt. In hetzelfde jaar werden de Sabijnen, die in opstand kwamen toen liet veel te laat was, door de Romeinen zonder slag of stoot ten onder gebracht. Het vroeger zoo krijgshaftige volk bezat niet meer zijne oude kracht. De consul Manius Curius Dentatus drong verwoestend in liet land der Sabijnen door, versloeg hunne verstrooide legerbenden en veroverde, gelijk hij zelf verklaarde, zooveel land, dat het onmogelijk zou zijn geweest om het te bevolken, wanneer hij niet te gelijk zoovele gevangenen gemaakt had, terwijl het getal zijner gevangenen aan den anderen kant zoo groot was. dat zij hadden moeten verhongeren, wanneer hij niet zooveel land veroverd had. De overwinnaar onderscheidde zich bij dezen veldtocht door eene schitterende belangeloosheid. Toen de senaat hem vijftig morgen van het veroverde land als belooning schenken wou, nam bij er slechts zeven aan, evenals ieder ander Romeinsch burger. Den gezanten der Sabijnen, die hem eene groote hoeveelheid goud toezonden, ten einde gunstige vredesvoorwaarden te verwerven, antwoordde hij: «Meldt aan uw volk, dat Curius Dentatus zich noch door geld, noch door wapenen overwinnen laat, dat hij het als een grooter geluk beschouwt, over rijke menschen te heerschen dan zelf rijk te zijn".

Verbaasd gingen de gezanten heen, zij konden niet begrijpen, dat de groote man, die van een houten bord zijn eenvoudig maal nuttigde, toen zij zijn schamele woning binnentraden, ieder geschenk afsloeg.

Na hunne overwinning op de Sabijnen streden de Romeinen nog jaren lang tegen de steden van westelijk Etrurië en tegen de Galliërs. Eene zware nederlaag, die zij in 't jaar 284 bij Arretium in een strijd tegen de laatsten leden, werd door den consul Publius Cornelius Dolabella door een strooptocht naar t land der Senonen gewroken; alle mannen, die hij gevangen nam, werden vermoord, de vrouwen en kinderen in slavernij weggevoerd en het land op de vreeselijkste wijze verwoest. Uit het land der Senonen keerde Dolabella naar Etrurië terug, alwaar hij in twee slagen over de verbonden vijanden

Sluiten