Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honderd koloniën waren aan de machtige hoofdstad onderworpen, welker vloot de westelijke zeeën beheerschte.

Op het voorbeeld van Phoenicië hielden de Carthagers hunne koloniën in volstrekte afhankelijkheid. Deze vormden niet, gelijk de Grieksche volkplantingen, afzonderlijke staten, zij bezaten niet eens, gelijk de Romeinsche, eene zekere zelfstandigheid, maar waren aan de hoofdstad, die een streng bewind over baar voerde, in den volsten zin van bet woord, onderdanig. In de Afrikaansche landen, die door geweld van wapenen waren ten onder gebracht, werden aan bet volk schattingen opgelegd, ook moest het de Carthagers in bun oorlogen met manschappen ondersteunen; de vrije Lybische boeren werden lot Fellahs verlaagd, die aan hunne heeren het vierde deel van de vruchten, die de grond opbracht, moesten afslaan en aan de recruteering onderworpen waren; de Phoenicische volkplantingen werden niet veel beter behandeld, zij werden, ten einde elke poging lot opstand te voorkomen, genoodzaakt, hare muren omver te halen, belastingen te betalen en hulptroepen aan Carthago te leveren. Alléén de stad Ulica behield, ten minste in schijn, bare zelfstandigheid en stond met Carthago in een nauw verbond.

Akkerbouw en handel, twee takken van welvaart, waarop de Phoemciërs zich met bet beste gevolg hadden toegelegd, hadden binnen Carthago onnoemelijke schatten doen samenvloeien. De bloeiende landstreek rondom de staddie voortreffelijk bebouwd werd, had geheel het aanzien van een grooten, prachtigen tuin. Bij de Carthagers was reeds in den vroegsten tijd de akkerbouw als een tak van wetenschap beoefend; omstreeks vijfhonderd jaar v. Chr. had de Carthager Mago een werk over den landbouw geschreven, zoo uitstekend, dat de Romeinsche senaat '<-00 jaren later bevel gaf. bet in t Latijn te vertalen, om ook de Romeinen op de hoogte van de landbouwkundige wetenschap te brengen. Van meer gewicht nog voor den rijkdom der stad dan de akkerbouw was de handel; Carthago was de stapelplaats voor de voortbrengselen uit het binnenland van Afrika, als stofgoud, ivoor en andere kostbare waren, waarvan de Carthagers de Europeesche landen voorzagen.

Een hunner voornaamste handelsartikelen waren de negerslaven. De Afrikaansche slavenhandel was uitsluitend in bun bezit. Uil de zilvermijnen van hunne Spaansche koloniën vloeiden hun rijke schatten van dat edele metaal toe, hetwelk zij op hunne beurt in omloop brachten.

De Carthaagsche handelsschepen doorkruisten de verst verwijderde zeeën en muntten door bun voortrellelijken bouw zells boven die der Giieken uit, te Carthago werden het eerst vijfdekkers gebouwd, die in weerwil \an hunne grootte voortreffelijke zeilers waren. De roeiers, die de galeien nooit verlieten, waren staatsslaven, die uitnemend geoefend werden; de bevelhebbers waren de uitstekendste zeelieden ter wereld.

De staatsregeling had zich in de rijke handelsstad op eene zeer eigenaardige wijze ontwikkeld. Het koningschap was reeds vroeg afgeschaft; eene oligarchische staatsregeling, op zeer zonderlinge wijze met democratische elementen vermengd, was er voor in de plaats gekomen.

De raad der ouden, de geroesia, was met de leiding der regeeringszaken belast; de senaat bestond uit acht en twintig mannen, die jaarlijks door de burgerij uit de leden der geroesia gekozen werden en uit twee sufleten, die ins'^lijks werden benoemd, en wier macht met die der Spartaanschekoningen kan vergeleken worden. De raad was heiast met de staatszaken, benoemde veldheeren in den krijg, want dit ambt was den sutïeten oorspronkelijk niet opgedragen, en voegde bun een zeker aantal raadsleden toe, uit wier midden altijd de onderbevelhebber moest gekozen worden.

De koningen of sufleten waren zeer beperkt in hun gezag, hun voornaamste taak was de uitoefening der hoogste rechterlijke waardigheid; als veldheeren hadden zij bijna het gezag van de Romeinsche dictators, bij hunne terugkomst echter moesten zij eene nauwkeurige rekenschap afleggen voor

Sluiten