Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dionysius handhaafde zich tol aan zijn dood, in hel jaar 3H7. in de alleenheerschappij. Het oude Syracuse had aan hem het herleven van zijne macht en zijn luister Ie danken, niel alleen op staatkundig gebied, maar ook op dat van wetenschap en kunst, waarvan Dionysius een ijverig bevorderaar was.

Hij was zelf dichter en, naar heigeen ons verhaald wordt, trotscher op een welgelukt vers dan op eene behaalde zege. Hij stelde er zijn grootste eer in, door zijne Grieksche landgenooten als dichter te worden erkend, daarom zond hij eens een gezantschap naar de Olympische spelen, waar de beste en uitstekendste zangers zijne gedichten zouden voordragen. ten einde hem de bewondering der Hellenen Ie verwerven.

Diodorus verhaalt ons: «Bekoord door de uitmuntende voordracht deizangers, stroomde het volk bij 't begin der uitvoering samen; doch toen het begon te merken, hoe slecht de gedichten waren, lloot men Dionysius uit en behandelde den tyran met zulk eene verachting, dat sommigen liet zelfs waagden, de tapijten van de rijk versierde tent der gezanten stuk te scheuren.

De redenaar Lysias, die zich juist te Olympia bevond, spoorde het volk aan, om niel langer de tegenwoordigheid van liet gezantschap des goddeloozen dwingelands bij de heilige kampspelen te dulden, bij hield bij deze gelegenheid, zijne door geheel Griekenland beroemd geworden Olympische redevoering."

Dionysius had ook | verscheidene vierspannen, die door snelheid in hel loopen uitmuntten, naar de wedspelen te Olympia gezonden; bet toeval wilde, dat de wagens van den tyran, terwijl zij in volle vaart waren, alle uit de taan geraakten, tegen elkander stieten en in stukken vlogen. Het schip, dat de gezanten naar Syracuse terugbracht, werd onderweg door storm beloopen. Toen het scheepsvolk eindelijk gelukkig in de vaderstad aankwam, verklaarde het, dat de gedichten van den alleenheerscher zóó slecht waren uitgevallen, dat niet alleen de zangers, die ze hadden voorgedragen, maar zelfs de wagens en het schip er met schande waren afgekomen.

Zoodra Dionysius hoorde, hoe men met zijne gedichten den spot had gedreven, bliezen zijne vleiers hem in het oor, dal al het schoone eerst een voorwerp van nijd en later van bewondering is. Zijn dichtvuur werd er dus niel door uitgebluscht.

De bespotting, waaraan Dionysius te Olympia ten doel had gestaan, maakte hem zeer neerslachtig en boezemde hem nog meer menschenhaat in, dan hij te voren reeds koesterde. Later genoot hij de zelfvoldoening, dat bij een poëtischen wedstrijd te Athene eene zijner tragediën met den priis liekroond werd. ' ''

Dat Dionysius ook in de wijsbegeerte veel belang stelde, loont ons de betrekking waarin hij tot Plato stond. Maar ook jegens dien beroemden wijsgeer gedroeg hij zich eindelijk als een trouweloos tyran. daar bij, gelijk onze lezers zich zullen herinneren, bewerkte, dat Plato als slaaf verkocht en naar Aegina overgebracht werd.

Te midden van zijne koninklijke pracht voelde Dionysius zich uiterst ongelukkig; hij wantrouwde zijne getrouwste aanhangers, ja "zelfs zijne bloedverwanten. Zijn versterkte burg was van de stad geheel afgesloten, de ophaalbrug altijd opgetrokken. De wachters moesten er kennis van geven, wanneer iemand de burg naderde. Eiken nacht veranderde hij van slaapvertrek, niemand werd bij hem toegelaten, of hij moest, vóór bij zijne kamer binnentrad, zijn mantel tegen een anderen verwisselen, dien hij bij zijn binnenkomen voor de oogen van den tiran moest uitschudden, om dezen te overtuigen, dat hij geen verborgen wapenen bij zich droeg.

Het was, alsof Dionysius overal moordenaars bespeurde, geen barbier mocht hem den baard scheren, dit werk was aan een zijner dochters opgedragen, die hem, toen zij volwassen waren, ook vrees inboezemden, zoodat zij geen mes meer mochten gebruiken, maar zijn baard met gloeiende nole-

Sluiten