Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iles volks volgde Dionysius II zijn vader op. De huurtroepen riepen hem eenparig tot alleenheerscher uit, de burgers waagden het niet, zich er te«en te verzetten.

Dionysius II was vijf en twintig jaar oud, toen hij de regeering aanvaardde. Zijn achterdochtige vader had hem zijne geheele jeugd in den bur° laten doorbrengen, ten einde hem zoodoende van de behandeling der staatszaken uit te sluiten. Hij zou zeker een bekwaam regent geworden zijn, wanneer hij eene meer zorgvuldige opvoeding genoten had, want hij bezat een goeden natuurlijken aanleg, een levendigen en bevattelijken geest en zin voor alles wat edel en schoon is; daar zijne opvoeding echter verwaarloosd was. had zijn karakter eene geheel andere richting genomen. Hij was zwak, ijdel. besluiteloos, traag in de uitvoering van zijne plannen en zeer geneigd om voorbijgaande luimen bot te vieren; daarbij bezat hij een onleschharen dorst naar roem.

Van de staatszaken had hij hoegenaamd geene kennis, daar hij zich nooit met de regeering bad mogen bemoeien. Van zijne vroegste jeugd af aan in de buitensporigste weelde opgevoed, had hij zich reeds als knaap aan zinnelijk genot overgegeven; in het onmatig gebruik van bedwelmende dranken kwam dit bijzonder sterk uil. In weerwil daarvan had de lust voor wetenschap en kunst hem niet begeven; hij voelde, dat er een geheimzinnige band bestond lusschen hem en de dichters en kunstenaars, die zoo menigmaal bij zijn kunstlievenden vader als gasten hadden aangezeten; het was de smaak voor de dichtkunst, die zijn hart voor edeler indrukken vatbaar maakle.

Het lijdt geen twijfel, dat Dionysius II bij het aanvaarden van de heerschappij, ten aanzien van het volk de beste bedoelingen koesterde. Hij wilde niet met wreede willekeur, maar met zachtheid regeeren en in de liefde der burgers zijn steun zoeken; derhalve belegde hij eene volksvergadering, waarin bij het volk van Syracuse betuigde, niets onbeproefd te zullen laten, om zich hunne achting en liefde te verwerven, Ten einde dit doel nog beter te bereiken, nam hij in alle zaken, die de regeering betroffen, raad en daad met den zwager zijns vaders, Dion, Aristomache's broeder, die zich tijdens hel bestuur van Dionysius I meermalen ten gunste van eene wettelijke regeering uitgelaten had.

Dion behoorde tol de weinige staatslieden te Syracuse, aan welke Dionysius zijn vertrouwen had geschonken, hij alleen dorst het wagen, den tyran rondborstig de waarheid te zeggen, eene vrijheid, waarvan hij meermalen gebruik maakte. Hij was de trouwste vriend en dienaar van den alleenheerscher, maar dit verhinderde hem niet, tevens een ijverig voorstander van de leerstellingen der Pythagoraeërs en een warm vriend van Plato te zijn; het was voornamelijk aan zijn invloed te danken, dat Syracuse de eer genoot, dezen wijsgeer binnen hare muren te zien.

Als Pythagoraeër was Dion een vijand zoowel van de democratie als van bet bestuur van tyrannen; het was zijn streven, te Syracuse een oligarchischen regeeringsvorm in het leven te roepen. Of hij reeds lijdens de troonsbeklimming van Dionysius II het plan koesterde om zich het vertrouwen van den jeugdigen vorst te verwerven tot bereiking van zelfzuchtige oogmerken, of hij voor zich zelf naar de heerschappij streefde, en slechts het gunstige oogenblik afwachtte, om zich van deze meester te maken is niet met zekerheid te bepalen. Bijna alle geschiedschrijvers ontkennen dit; op gezag van Plato en Plutarchus schrijven zij aan Dion de edelste oogmerken toe *).

*) üe meeste berichten aangaande Dion zijn wij verschuldigd aan Plutarchus en Plato •lie echter geen van heiden op onpartijdigheid aanspraak kunnen maken De eerste poo^t in zijne levensbeschrijving den held op een zoo hoog mogelijk standpunt te plaatsen, terwijl Plato zijn vnend tracht te rechtvaardigen en aan al zijne handelingen de beste beweegredenen toedicht De feiten der geschiedenis echter weerleggen dien buitensporigen lof en geven ons in het karakter van Dion zoowel licht- als donkere schaduwzijden te aanschouwen. Onze lezer» zullen in het vervolg van het geschiedverhaal gelegenheid hebben om zelf te oordeelen.

Sluiten