Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naardien hij echter van nature een spotvogel was en een groot talent bezat om anderen na te doen, zoo onthield hij zich ook in de volksvergaderingen niet van spotternijen ten koste der aanwezigen; anderen weer deed hij na, zoodat hel volk vaak in luid gelach uitbarstte, alsof het een pantoniimis! of een goochelaar voor zich had. Dewijl de volksmenigte zelf bij hem de plaats van lijfwacht bekleedde, begaf hij zich dikwijls geheel alleen te midden van het verzamelde volk. Bij het feest, waarvan wij spreken, vatte Agathocles een grooten gouden beker op en zeide, dat hij het beroep van pollebakker niet verlaten had, voordat hij geleerd had zulke kunstige drinkschalen op pottebakkerswijze te vervaardigen; want hij verloochende hel beroep niet, waarvoor hij was grootgebracht, maar beroemde zich integendeel daarop, met de verzekering, dat hij zich door eigen krachtsinspanning van den laagsten tot den hoogsten stand verheven had. Toen de inwoners eener door hem belegerde stad hem eens van de muren toeriepen: »Potlebakker, ovenstoker, wanneer zult gij aan uwe soldaten de soldij betalen?" antwoordde hij: »Wanneer ik deze stad veroverd heb". Nadat hij overigens ouder het schertsen bij het drinkgelag gemerkt had, wie zijner gasten afkeerig waren van de alleenheerschappij, noodigde hij dezen opnieuw met de hooghartigsten der Syracusanen, ten getale van 500, tot een afzonderlijken maaltijd uit; zij werden zonder dal zij liet wisten, door de dapperste krijgslieden van den tyran omringd en door dezen tot den laatsten man omgebracht. Agathocles toch vreesde, dat zij gedurende zijn tocht naar Afrika zijne heerschappij zouden vernietigen, door de ballingen, onder aanvoering van Oinocrates, Ier hulp te roepen. Nadat hij op deze wijze zijne heerschappij beveiligd had, zeilde hij de haven van Syracuse uit."

In Afrika aangekomen, bemerkte Agathocles spoedig, dat het geluk hem den rug toegekeerd had. Hij vond het leger in een toestand van volslagen ontbinding; de levensmiddelen waren verteerd, alle banden van orde en tucht verslapt. Alleen door eene luisterrijke zegepraal kon de koning den moed zijner soldaten weer opbeuren. Maar ook de poging hiertoe mislukte; hij werd door de Carthagers zóó totaal verslagen, dat hij nergens anders uitkomst zag dan in eene overhaaste vlucht. Hij achtte het niet. eens mogelijk met zijn leger te ontkomen, hij alleen kon de vlucht beproeven.

"ij aarzelde niet. Zonder te vragen, wat er van de soldaten worden zou, als deze van hun aanvoerder beroofd waren, liet hij hen trouweloos in den steek, ja ook zijne eigen zonen liet hij aan hun lot over. Slechts op de redding van zijn eigen leven bedacht, verliet hij op een donkeren, stormachtige!) Novemberdag de kust van Afrika en zeilde naar Sicilië terug. Woedend over dit jegens hen gepleegd verraad, vermoordden de soldaten de beide achtergebleven zonen des tyrans. Een deel hunner liep tot de Carthagers over. Een ander deel verdedigde hunne slad nog een lijd lang; eindelijk werden zij echter overwonnen en door de Carthagers als slaven verkocht. Zoo eindigde in het jaar 30G de Afrikaansche veldtocht, die onder zulke schitterende uitzichten begonnen was.

Met wrok en wrevel in het hart landde Agathocles aan de Siciliaansche kust. De rampspoed, door hem ondervonden, bluschte de laatste vonk van menschelijk gevoel bij hem uit. Was hij vroeger trouweloos en wreed geweest, wanneer hij daarin voordeel zag, thans kreeg hij smaak in bloedvergieten; hel was zijn lust, hen, die hij vermoordde, vooraf nog op de vreeselijkste wijze te folteren. Nauwelijks was hij op Sicilië aangekomen, of hij vierde aan zijne hartstochtelijke wreedheid den vollen teugel.

Bij Segesta, eene der met hem verbonden steden, was hij geland en hier begon iiij terstond zijn afschuwelijk werk. Hooren wij wal Diodorus ons verhaalt :

«Dewijl hij gebrek aan geld had, liet hij de welgestelde burgers uitnoodigen om het grootste deel van hunne bezittingen af te staan. De stad bevatte toen 10,000 inwoners. Toen vele burgers, over dit verzoek verstoord,

Sluiten