Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den krijgstribuun Gajus Glaudius naar Rliegium gezonden, om van daar naar Messana over te steken. Ilier ontving de tribuun eensklaps de onverwachte tijding, dal Hiëro met de Mamertijnen vrede gesloten had. Carthago had door zijne tusschenkomst den vrede tot stand gebracht; een Punisch *) garnizoen, onder het opperbevel van Hanno, lag reeds in den burg van Messana en eene Carthaagsche vloot in de haven De belegering van de stad was opgebroken, de Mamertijnen zelf dankten de Romeinen voor hunne hulp, dewijl zij die thans niet meer behoefden.

Doch zoo gemakkelijk liet Gajus Glaudius zich niet afschepen, hij zeilde naar Sicilië en verscheen voor Messana. Eene volksvergadering werd bijeengeroepen, waarin volgens den wensch van den Romein ook Hanno verscheen, ten einde, gelijk deze meende, onderhandelingen aan te knoopen. Gajus Glaudius echter, die vast besloten had, Messana tot eiken prijs aan de macht van Rome te onderwerpen, dacht niet aan vreedzame onderhandelingen. Op zijn bevel werd Ilanno gevangen genomen en Messana door de Romeinsche troepen bezet. Hetzij goed- of kwaadschiks, de Carthager, die zich overrompeld zag, moest voor de Romeinen het veld ruimen. De Carthaagsche soldaten verlieten Messana. Tot straf hiervoor werd Hanno hij zijn terugkeer in zijne vaderstad ter dood gebracht.

Nadat Rome op die wijze in het openbaar de vijandelijkheden had begonnen, kon er van vrede geen sprake meer zijn. Een ander veldheer, ook Hanno f> genaamd, ontving het opperbevel over een nieuw aangeworven leger en eene sterke vloot. Hij zette koers naar Messana en sloot de stad in. Ook koning Hiëro van Syracuse besloot, de wapenen op te vatten. De Romeinen rustten zich van hun kant met allen ernst lot den strijd. De consul Appius Claudius Gaudex bracht de Romeinsche legioenen naar Sicilië over, versloeg zijne vijanden in afzonderlijke gevechten en dwong hen om de belegering van Messana op te breken.

Gedurende het volgende jaar. 2f>3 v. Ghr., werd de oorlog door de Romeinen met goeden uitslag voortgezet, weldra was bijna geheel Sicilië aan hunne macht onderworpen. Hiëro van Syracuse, vreezende dat hij, ingeval hij den strijd niet staakte, de onafhankelijkheid zijner stad in gevaar zou brengen, liet allen tegenstand varen en sloot vrede met de Romeinen. Harde voorwaarden werden hem opgelegd. Hij moest eene oorlogsschatting betalen, als bondgenoot van Rome zijne hulp hij later te voeren oorlogen der republiek toezeggen en afstand doen van sleden, die vroeger aan Syracuse onderworpen, doch gedurende den oorlog verloren gegaan waren. Hiëro nam al deze voorwaarden aan. Hij bleef voortaan de trouwste bondgenoot van Rome, dat hem daarvoor een onafhankelijk bewind over Syracuse waarborgde.

De Carthagers moesten den oorlog nu alleen voortzetten. Agrigentum was het middelpunt, waarom de krijgsgebeurtenissen gedurende het eerstvolgend tijdperk zich bewogen. Hannibal, de Carthaagsche bevelhebber, verdedigde (Ie stad 7 maanden achtereen met de grootste dapperheid; toch moest hij zich eindelijk overgeven, nadat de Romeinen het Punische leger onder Hanno verslagen hadden. In het jaar 262 werd Agrigentum veroverd en geplunderd; 2'jÖ00 burgers werden <ioor de Romeinen als slaven verkocht.

Met Agrigentum bevond bijna geheel Sicilië zich in handen der Romeinen, alleen de versterkte Carthaagsche zeesteden werden nog door Hamilear, Hanno's opvolger, bezet gehouden en dapper verdedigd. Belangrijke gevechten werden er in den eerstvolgenden tijd niet meer op Sicilië geleverd, doch in plaats

*) De Romeinen noemden de Phoeniciërs Puniërs; vandaar ook de benaming Punische oorlogen.

+) De namen Hanno, Hamilear, Hannibal, enz. waren zeer gewoon ouder de aanzienlijke Carthagers; dewijl wij die dikwijls zonder eenige nadere aanwijzing aantreffen, is het moeilijk, de verschillende personen, welke die namen gedragen hebben, van elkander te onderscheiden.

Sluiten