Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Panormus eene beslissende zegepraal, waarbij, naar men zegt, niet minden dan 20.000 vijandelijke soldaten sneuvelden. De langdurige oorlog had de krachten van Carthago dermate uitgeput, dat de burgerij der rijke handelsstad den strijd moede werd. Na den slag bij Panormus verscheen een Punisch gezantschap te Rome, om over het sluiten van den vrede of althans over eene uitwisseling van krijgsgevangenen te onderhandelen; aan het laatste punt lag den Carthagers bijzonder veel gelegen, daar een groot aantal hunner aanzienlijkste burgers krijgsgevangen was. Aan dit gezantschap knoopt de overlevering eene schoone legende vast, die tol verheerlijking strekt van de vaderlandsliefde van den in Carthago gevangen Regulus. Vele nieuwere geschiedschrijvers achten het beneden zich, de legenden der Romeinen, die geene geschiedkundige waarheid behelzen, te verhalen. De talentvolle onderzoeker op het gebied der Romeinsche geschiedenis, Mommsen, gaat zóó ver te verklaren:

•>De later tijd, die in den voorspoeden tegenspoed der voorvaderen slechts naar stofte voor schoolsche zedelessen zocht, heeft van Regulus de verpersoonlijking van den ongelukkigen, gelijk van Fabricius die van den behoefligen held gemaakt en eene menigte op eigen hand verzonnen anekdotes op zijn naam in omloop gebracht: wanstaltige opsieringen, die eene treurige tegenstelling vormen met de ernstige en eenvoudige historie."

Een wanstaltig versiersel is de legende zonder twijfel voor den geschiedvorscher, die geen ander doel van zijn streven kent, dan het dorre geraamte der geschiedenis uit de naakte feiten samen te stellen, maarzij is het volstrekt niet voor hem, die zich tracht te verplaatsen in den kring van denkbeelden en voorstellingen van een lang vervlogen tijdperk, wiens streven het is, met de Romeinen van die dagen te denken en te gevoelen. Juist de legende, die in den mond des volks ontstaan en voortgeplant is, stelt ons hiertoe het best in staat; in haar treedt de geest van het Romeinsche volk ons als het ware in tastbare vormen voor de oogen. De legende van Regulus vindt om die reden evenals vroegere legenden hier eene plaats.

Ze verhaalt ons dan het volgende: Toen de Carthagers hun gezantschap naar Rome afvaardigden, stonden zij aan Regulus toe, de gezanten te vergezellen, mits hij vooraf zijn woord verpandde, dat hij. ingeval de vrede niet tot stand kwam, in de gevangenschap terugkeeren zou. Rij zijne terugkomst te Rome weigerde Regulus zijne vrouw, zijne kinderen en zijne vrienden te ontmoeten, hij verklaarde, dat hij niet langer Regulus, zelfs niet langer een Romein, maar een Carthaagsch gevangene was.

Hij werd voor den senaat geroepen. Eer hij aan deze oproeping gehoor gaf, verzekerde hij zich van de toestemming der Carthaagsclie gezanten en trad daarop de vergadering der patres binnen. Op hunne vraag, of het naar zijn oordeel geraden was, een vredesverdrag te sluiten of den Carthagers eene uitwisseling van krijgsgevangenen toe te staan, verklaarde hij zich op den meest beslissenden toon daartegen. Hij verzekerde, dat Carthago den strijd eerder moede zou worden dan Rome, dat ook de uitwisseling der gevangenen niet raadzaam was, dewijl onder de Carthagers mannen zich bevonden, die hunne vaderstad in den oorlog groote diensten zouden bewijzen. Toen zijne bloedverwanten en vrienden hem met den meesten aandrang smeekten, dat hij niet naar Carthago terugkeeren zou, dewijl de wreede Puniërs hem uit wraak voor zijn vrijmoedig spreken in den senaat zonder twijfel zouden vermoorden, beriep hij zich eenvoudig op zijn gegeven woord.

Het vermoeden van Regulus' vrienden bleek maar al te gegrond. Toen hij te Carthago terugkeerde, werd hij op de vreeselijkste wijze ter dood gebracht. Sommigen verhalen, dat men hem de oogleden afgesneden en in dien toestand aan de brandende zonnestralen blootgesteld heeft, dat men hein dag noch nacht rust liet, totdat hij eindelijk door gemis van slaap en tengevolge van uitputting is bezweken. Anderen malden, dat hij in een kooi met puntige

Sluiten