Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vZtlk7,00 Alm"er' en onder ,dezen Gisco. na het doorstaan van de

mTgSfké mum""86"' ,6r gebraChl' De CarthaSers be,aalden hen

Carthago verkeerde in een uiterst hachelijken toestand. Tevergeefs zas het naar bondgenooten om Zelfs tot de Romeinen wendden zij zich om hulp en bijna scheen het, dat deze geneigd waren om te vergeten dat zij zulk een angdurigen oorlog met de machtige stad gevoerd hadden, want zij verboden hunnen koopvaarders, den opstandelingen mondbehoeften en krijgsvoorraad ®f" '« voeren terwijl zij bovendien de Carthaagsche gevangenen, die nog voor

dee te Rome zich bevonden, zonder losgeld in vrijheid stelden. Toch waren die vriendelijke betuigingen en maatregelen der Romeinen niet zeer ernstig gemeend; want toen Hamilcar eenige Italiaansche schepen, die in weerwil van het verbod gemeenschap inet de opstandelingen onderhielden veroverde en hunne bemanning gevangen nam, drong ,1e senaat bij de Carthaagsche regeering op de invrijheidstelling van zijne onderdanen aan en hij wist zich Ie doen gehoorzamen.

De opstandelingen zelf geloofden niet aan de vijandige gezindheid dei Romeinen; de Sardinische huurbenden wendden zich zelfs met eene bede 0111 hulp tot de republiek. Zij waren namelijk in het jaar 23«> aangevallen dooi de bergbewoners van Sardinië, die steeds hunne onafhankelijkheid bewaard hadden, en gevoelden zich met in staat dezen liet hoofd te bieden. Hierom zonden zij gezanten naar Rome, om den Romeinen het eiland Sardinië op te dragen en hun aanbod werd niet van de hand gewezen. In weerwil van den \rede en van het bondgenootschap, dat er tusschen hen en de Carlhagers bestond, zonden de Romeinen, met verkrachting van alle volkenrecht, hunne troepen naar Sardinië en namen het eiland in bezit.

De senaat van Carthago moest dit voorshands 'stilzwijgend aanzien, want thans een oorlog tegen Rome te beginnen, terwijl men nog in zijn eigen land voor het behoud der hoofdstad strijden moest, was eene volslagen onmogelijkheid. Eerst nadat Hanno, die zoo ten onrechte de Groote bijgenaamd werd. van zijn post ontzet was en Hamilcar daardoor de handen ruim gekregen had, gelukte liet dezen, eene andere wending aan den strijd te geven, i adat hij de huurbenden gedwongen had 0111 het beleg van Carthago op te breken, sloot hij door juist uitgevoerde bewegingen hunne hoofdmacht ganscnehjk in; een deel der oproerlingen werd gevangen genomen en over de kling gejaagd; tegen een ander deel liet Hamilcar zijne olifanten los en deze vertrapten op een dag 40,000 man.

Van dit oogenblik af was de kracht van den opstand gebroken en eindelijk staagde Hamilcar er m, al de oproerige sleden weer tot onderwerping te brengen en zoo den vrede te herstellen. Nadat Caithago door het genie van zijn grooten veldheer in het bezit zijner heerschappij hersteld was (237 v. Chr) zond de regeering terstond gezanten naar Rome met den last op de teru-'ave van Sardinië aan te dringen. Thans voegden de Romeinen huichelarij bij geweld, smaad bij onrecht; zij verklaarden namelijk, dat de Carthagers door het nemen van de Komeinsche schepen den vrede verbroken hadden, en verklaarden hun uen oorlog. Carthago was thans volstrekt niet in staat een oorlog met de Romeinen te voeren. j\og waren de wonden niet geheeld, aan de vroeger zoo njke stad door langdurige en uitpuilende oorlogen toegebracht. De Puniërs smeekten om vrede en verwierven dien ook, doch op zeer vernederende voorwaaiden. voor de, zoo het heette, door hen moedwillig veroorzaakte krijasImrSi'i moesten zij aan Rome eene schadeloosstelling van 1200 talenten / J.oOO.OOO] betalen en zoowel van Sardinië als van Corsica afstand doen.

ponder slag ol stoot hadden de Romeinen zich van deze gewichtige eilanden meester gemaakt. Zij bepaalden zich echter, evenals de Carthagers vóór hen gedaan hadden tot het in bezit nemen van de kusten; tegen de oorspronkelijke bewoners in het binnenland van het eiland voerden zij wel onophoudelijk

Sluiten