Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegaan en in dien tusschentijd had Rome een aanval op Carlhago kunnen doen. Doch niets van dit alles gebeurde, geene Romeinsche legermacht ondersteunde de pogingen der Spaansche bondgenooten om Hannibal te wederstaan.

Aan den voet der Pyreneën gekomen ontsloeg Hannibal een deel zijner minder geoefende troepen, om den soldaten te toonen, niet welk eene vastheid hij op de overwinning rekende.

liet bevel over eene andere legerafdeeling droeg hij aan zijn onderhevelhebber Hanno op, dien hij in het land tusschen den Ebro en de Pyreneën achterliet, om dit tegen een aanval van de zijde der Romeinen te beveiligen, en rukte toen met 50.000 man voetvolk en 9000 ruiters voorwaarts. Zonder moeite trok het leger het gebergte over. Ook op zijn tocht door zuidelijk Gallië ontmoette het niet het geringste oponthoud. Reeds vroeger bad Hannibal ook met de Keltische stammen in Gallië onderhandelingen aangeknoopt. Door geld en geschenken, of waar dit niet gelukte, door geweld van wapenen ba;tnde hij zich een weg; zonder ernstigen tegenstand ontmoet te hebben, kwam hij omstreeks het einde van Juli tegenover Avignon aan de Rhone aan. Hier echter scheen hem een heftige strijd te zullen wachten.

De consul Publius Cornelius Scipio was inmiddels uil Italië naar Spanje onder zeil gegaan. Toen hij op reis derwaarts te Massilia Marseille landde, vernam hij. dat hij Hannibal niet meer in Spanje aantreflen zou. Hij bleef dus in Gallië, maar ook hier verspilde hij door talmen den kostbaren tijd.

Toen Hannibal bij de Rhone aankwam, vond hij daar geen Romeinsch leger. In plaats van zoo spoedig mogelijk al zijne strijdkrachten bijeen te trekken, om den Carthagers den overtocht over den belangrijken stroom te betwisten, lag Scipio nog altoos werkeloos in Massilia, waar hij zijn tijd met het doen van verkenningen verspilde. Hannibal daarentegen begreep, dat hem alles gelegen was aan het spoedig voortzetten van zijn tocht; hij forceerde den overtocht over de Rhone en wierp de Galliërs, die hem wilden tegenhouden, terug. Toen Scipio eindelijk voorwaarts rukte, was het te laat: Hannibal was hem reeds drie dagmarschen vooruit.

Dat de Carthagers voornemens waren over de Alpen in Italië te dringen, was aan geen twijfel onderhevig. Doch aan de uitvoering van dit plan waren zooveel bezwaren verbonden, dat Scipio een goeden uitslag dier onderneming bijna onder de onmogelijkheden rangschikte. Het zou hem weinig moeite hebben gekost, zijn ganscbe leger naar Italië terug te voeren en Hannibal daar aan den voet der Alpen op te wachten; in dat geval zou hij zonder veel inspanning zijn door lange, vermoeiende inarschen en harde ontberingen uitgepuüen vijand verslagen hebben. Scipio was echter zoo zeker van de overwinning, dat hij alle voorzorgsmaatregelen verzuimde; hij voerde niet eens zijn geheele leger naar Italië, maar zond een deel daarvan onder bevel zijns broeders Cnejus Cornelius Scipio naar Spanje, terwijl bij zelf met eene handvol troepen terugkeerde,

Hannibal zette intusschen ongestoord zijn marsch naar de Alpen voort en werd door zijne krijgslieden met blijde geestdrift gevolgd. Langen lijd zijn de geleerden het oneens geweest omtrent den weg, waarlangs Hannibal de Alpen is overgetrokken; de jongste onderzoekingen hebben bet overtuigend bewijs geleverd, dat Hannibal over den kleinen St. Bernard in Italië binnen gedrongen is.

De marsch over de Alpen in een gevorderd seizoen — de Septembermaand was daar en reeds waren de hoogste passen met eene dikke sneeuwlaag bedekt — leverde voor Hannibals soldaten, die aan eene Afrikaansche hitte gewend waren, onuitsprekelijke bezwaren op. Te dier tijde waren de passen der Alpen niet door kunstwegen begaanbaar gemaakt, de muildieren waren ternauwernood in staat langs de glibberige paden zonder gevaar de bergen te bestijgen. Met zijne ruiters, die gewoon waren altijd in de vlakte zich te bewegen, met een legertrein, voor het onderhoud van zulk eene krijgsmacht

Sluiten