Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Romeinen bij Cannae gegaan was; hij verklaarde hun, dat de gezanten van Hannibal hem zulke ongeloofelijke dingen verhaald hadden, dat hij eerst nadat hij wist wat al of niet waarheid was, bepalen kon, aan welke van beide partijen hij zicli met de hoop op goed gevolg kon aansluiten. De over zulk een hoon diep verontwaardigde Romeinen vertrokken, zonder zich met verdere onderhandelingen in te laten.

Hieronymus zette thans de onderhandelingen met den Carlhaagschen senaat in allen ernst voort. Als belooning voor zijne trouw eischte hij in de eerste plaats dat het eiland Sicilië tot aan de rivier de Himera hem zou afgestaan worden, wanneer de Romeinen verdreven zouden zijn; toen de Carthagers dezen eisch zonder aarzelen inwilligden, stelde hij zijne vorderingen nog hooger, hij begeerde, dat geheel Sicilië aan zijne macht onderworpen zou worden. Ook dit stonden de Carthagers toe, wien alles aan het verbond met Syracuse gelegen was; waarschijnlijk meenden zij, met echt-Punische trouw, dat het hun, wanneer de Romeinen maar eerst overwonnen waren, niet moeilijk vallen zou, den jongen koning Sicilië weer te ontrukken.

Het verbond met Syracuse was eene groote aanwinst voor Hannibal, want de Romeinsche zee- en landmacht werd daardoor op een nieuw oorlogstooneel bezig gehouden.

Het Romeinsche eedgenootschap was voor een groot deel ontbonden. Een groot aantal der Apulische en Lucanische steden, geheele landstreken der Rrultiërs en Samnieten, Capua en vele Campanische steden waren van Rome afgevallen. Van grooten invloed op het toekomstig lot des oorlogs was het daarentegen, dat de Grieken van Zuid-Italië den Romeinen trouw bleven. Al ontnamen waarschijnlijk de Romeinsche bezettingen aan meer dan ééne stad de lust om tot de Carthagers over te gaan, nog sterker werkte in dit opzicht de haat, welken de Hellenen van oudsher tegen de Phoeniciërs gekoesterd hadden. Vele Grieksche steden, met name Neapolis, boden aan Hannibals aanvallen moedig het hoofd. Regium, Tburii, Metapontum en Tarente lieten zich niet tot afval van Rome bewegen; Croton en Locri werden hiertoe eindelijk door geweld van wapenen gedwongen en als veroverde steden behandeld.

Nog trouwer dan de Grieken hielden de Latijnen het verbond met Rome in stand; zij beschouwden zich ten gevolge van de voorrechten hun boven de overige Italiaansche volken verleend, als Romeinen; de door de Latijnen bezette steden van Zuid-Italië bleven aan Rome onwrikbaar getrouw en onder de steden van Middel-Italië was er niet ééne Latijnsche stad, die een verbond met de Carthagers sloot. Deze trouw der Grieken en Latijnen was het eerste lichtpunt, dat Rome in de donkere dagen van den tweeden Punischen oorlog ontdekken kon. Van geen minder belang was het intusschen, dat de Romeinen ook in Spanje gelukkig streden en daardoor Hasdrubal, den broeder van Hannibal, beletten om met een leger tot ondersteuning van den veldheer naar Italië te trekken.

Cnejus Scipio was op bevel zijns broeders, nadat Hannibal de Rhone overgetrokken was, in het jaar 218 naar Spanje gezeild en had daar in het land tusschen de Pyrenaeën en den Ebro meer dan eene overwinning op Ilanno, Hannibals onderbevelhebber, behaald. Zelfs was het hem gelukt, de Carthaagsche vloot bij den mond van den Ebro te verslaan, en toen nu ook zijn broeder Publius Scipio met een versterking van 8000 man hem te hulp kwam, waren de beide broeders den Ebro overgetrokken en tot Saguntum doorgedrongen.

Het krijgsgeluk begunstigde nu de ééne, dan de andere partij, maar over het geheel bleven de Romeinen overwinnaars. In het jaar 216 waagde Hasdrubal, nadat hij versterkingen uit Carthago ontvangen had, eene poging om het bevel zijns broeders uit te voeren. Hij rukte met zijn leger op, met het plan om langs den zelfden weg, dien Hannibal gekozen had, in Italië door te dringen. De beide Scipio's versloegen hem echter ongeveer in denzelfden tijd.

STRZCKrUSS. II. 2 9

Sluiten