Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewicht der behaalde overwinning aanschouwelijk te maken, liet hij op het plein voor het Raadhuis de buitgemaakte gouden ridderringen op een hoop werpen; ze vulden, volgens Livius' verhaal, een kop óf, volgens andere berichten, 3'/i kop. Mago drong er op aan, dat de senaat zoo spoedig mogelijk manschappen, geld en koren naar Italië zenden zou, opdat Hannibal van de behaalde zegepraal zoo goed mogelijk partij zou kunnen trekken. Hanno, de oude vijand van Hamilcar en Hannibal, waarschuwde den senaat voor zulk een stap; door ijverzucht gedreven poogde bij de lauweren van den zegevierenden veldheer te bezoedelen, de beteekenis der bij Cannae behaalde overwinning te verkleinen. »Wat is er aan van deze tijding eener behaalde zegepraal?" riep hij den senaat toe. «Hannibal bericht ons: ik heb de vijandelijke legers verslagen — zendt mij troepen! Wat anders zoudt gij verlangen, Hannibal; wanneer gij overwonnen waart? Ik heb twee vijandelijke legerplaatsen veroverd, natuurlijk vol geld, vol levensmiddelen — geeft mij koren en geld! Wat zoudt ge nog meer kunnen verlangen, wanneer gij overwonnen uit uwe legerplaats verdreven, van alles beroofd waart? Aan overwinnaars iets toe te zenden is in mijn oog overbodig, en bedriegt Hannibal ons met valsche berichten en ijdele verwachtingen, dan slem ik nog veel krachtiger er legen, dat hem iets, hoe ook genaamd, toegezonden worde."

De ellendige kleingeestige staatkunde van Hanno vond in den senaat van Carthago maar al te veel weerklank. De uit handelaars bestaande en met een geest van bekrompen geldzucht bezielde adel was nooit bereid tot het brengen van offers voor een grootsch en verheven doel; hij vergenoegde zich met een legertje van 4000 man onder Bomilcar naar Italië te zenden.

Rome dankt zijne redding in dien benarden lijd niet minder aan de kleingeestige en achterdochtige staatkunde van Hanno en aan de hebzuchtige, bekrompen zuinigheid van den Carthaagschen senaat als aan de edelmoedigheid en zelfopoffering van zijne eigen burgers.

In Spanje behaalden de Scipio's in het jaar 21a nieuwe voordeelen; zij drongen ver aan de andere zijde van den Ebro voorwaarts en bevochten in Andalusië, in het hart van het Carthaagsche grondgebied, schitterende zegepralen; uit Spanje had Hannibal dus geene hulp te verwachten. Evenmin kon hij van Sicilië hulp verwachten, waar de Romeinsche legioenen in het noord-oostelijk deel des eilands aan de Carthagers en aan koning Ilieronymus dapper het hoofd boden. Het was een groot ongeluk voor Carthago, dat koning Hieronymus omstreeks het eind van dit jaar of het begin van het jaar 214 vermoord werd.

Ook op Sardinië vervloog de hoop der Carlhagers, om zich weer van dil eiland meester te maken, geheel in rook. Sardinië zou voor Carthago van het hoogste belang geweest zijn als eene rustplaats tusschen Spanje en Italië. Eene Carthaagsche krijgsbende, die op het eiland geland was, werd door den Romeinschen veldheer Titus Manlius Torqualus tot den laatslen man in de pan gehakt.

Alleen op Macedonië mocht Hannibal dus nog eenige hoop vestigen, doch ook hier was de fortuin hem niet gunstig. Het sluiten van een bondgenootschap werd van maand tot maand vertraagd; koning Philippus kon maarniet tot een besluit komen en hel geluk begunstigde de Romeinen in groote mate. De Macedonische gezanten, te dezer zake naar Hannibal afgevaardigd, werden op de terugreis door Romeinsche oorlogsschepen opgevangen en in hechtenis genomen. Hierdoor ontvingen de Romeinen een overzicht van al de tusschen Hannibal en de Macedoniërs gevoerde onderhandelingen. Zij waren in staat de belangrijke stad Brundisium met hunne vloot te beveiligen en zich zelfs, wanneer Philippus den oorlog aan Rome verklaren mocht, tot een inval in Macedonië toe te rusten. Toen het jaar 215 ten einde liep, hadden de Carthagers in Italië niets gewonnen, doch wel op ieder ander oorlogstooneel veel verloren. Het dreigendst gevaar was voor Rome voorbij , het Romeinsche volk herademde en wierp weder een blik vol moed en hoop in de toekomst.

Sluiten