Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene kleine aideeling van diens leger en voerde die naar den anderen oever van den Ebro. Ook den legaat Titus Fontejns gelukte het, een deel der troepen van Publius Cornelius Scipio in veiligheid te brengen. Deze beide legerafdeelingen vereenigden zich, en de meeste door het zuiden van Spanje verspreide Romeinsche bezettingen sloten zich uit vrees voor de Carlhagers bij deze ijlings te zamengeraapte krijgsmacht aan.

De Carthagers hadden thans geheel Spanje tot aan den Ebro heroverd. Hunne overmacht was zoo groot, dat niets hun gemakkelijker vallen moest, dan ook deze rivier over te trekken en de ongeordende Romeinsche legerbenden aan te tasten, die van hare bevelhebbers beroofd waren. Gelukkig voor Rome, dat in den persoon van Gajus Marcius, die door de soldaten zelf tot aanvoerder verkozen werd, een bekwaam veldheer opstond.

Marcius organiseerde ijlings het leger, dat onder zijn bevel spoedig weer in staat was den vijand het hoofd te bieden.

De drie Carthaagsche veldheeren waren het niet eens omtrent de nu te volgen gedragslijn. Een deel der Carthaagsche troepen trok den Ebro over. doch werd door de Romeinen teruggeworpen. Gajus Marcius hield zich aan die rivier staande, totdat een nieuw Romeinsch leger van 12,000 man, onder den propraetor Gajus Claudius Nero op het Spaansche oorlogstooneel aankwam. Nero behaalde spoedig eenige voordeelen en drong zelfs in het volgende jaai, 210 v. Chr., in Andalusië door. Welk een bekwaam veldheer hij ook mocht wezen, toch bleek het reeds kort daarna, dat hij voor liet oorlogstooneel in Andalusië niet geschikt was. Opgevoed in de school van het ruwe krijgsmansleven, gedroeg hij zich barsch jegens de Spaansche stammen, wier vertrouwen hij volstrekt niet wist te winnen. Het gelukte hem dus niet, zich bondgenooten onder de Spanjaarden te verwerven, ofschoon de Carthagers hem dit gemakkelijk genoeg maakten, door hunne afvallige bondgenooten met hardheid en overmoed te behandelen. Ook tegen de fljngesponnen list, welke Hasdrubal Barcas bij zijne bestrijding aanwendde, was Nero niet opgewassen; hij liet zich door den sluwen Puniër bij eene gelegenheid van het grootste belang geheel om den tuin leiden.

Bij zijn tocht naar Andalusië was het hem gelukt, Hasdrubal met zijn leger in eene diepe vallei zoo geheel om te trekken en in te sluiten, dat de Carthaagsche veldheer reddeloos verloren scheen. Hasdrubal, die zich door geweld van wapenen niet meer wist te redden, nam — gelijk Livius verhaalt —• zijne toevlucht tot eene list. Hij zond tot de Romeinen een heraut met de belofte, dat hij met zijn geheele leger Spanje wilde verlaten, wanneer hem vrije aftocht werd toegestaan.

Nero nam het voorstel met blijdschap aan. Hasdrubal verzocht daarom tegen den volgenden dag een onderhoud, waarin hij de voorwaarden voor het ontruimen van de vestingen bespreken en het tijdstip, waarop de bezettingen zouden aftrekken, vaststellen wilde Van den invallenden nacht maakte hij gebruik om een deel van zijn leger in alle stilte door het gebergte te lalen aftrekken en langs steile paden redden de Carthagers zich door de vlucht.

Den volgenden dag had de samenkomst plaats. Hasdrubal rekte de onderhandelingen opzettelijk; zoodra de nacht inviel, werd weer een klein deel van het leger op dezelfde wijze als den vorigen nacht in veiligheid gebracht. Ook den volgenden dag leidden de onderhandelingen nog niet tot eene beslissing; Hasdrubal trok nog eens op dezelfde wijze van de nachtelijke duisternis partij en zoo ging hij voort Nero door list te verschalken, tot hij eindelijk zijn geheele leger had gered. Een nevel, die over de geheele landstreek hing, begunstigde de onderneming; toen de zon de dampen deed optrekken, bemerkten de Romeinen met de grootste verbazing en teleurstelling, dat het kamp der Carthagers verlaten was. De bedrogen veldheer snelde de wegtrekkende vijanden achterna, doch hij kon hen niet meer inhalen; hel kwam slechts tot

Sluiten