Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtelijk begrijpen; ik zelf zou, wanneer het mij vergund was de genietingen der jeugd te smaken, gaarne toegeven aan de hartstochtelijke liefde voor eene bruid; thans echter heeft de staat mijn geheele hart ingenomen, daarom begunstig ik die liefde, welke ik begunstigen kan, namelijk de uwe. Uwe bruid werd bij mij met evenveel hoogachting en teederheid behandeld als bij hare ouders. Voor u werd zij bewaard, opdat zij als een ongerept, u zoowel als mij waardig geschenk in uwe handen gesteld zou kunnen worden. Slechts ééne belooning verlang ik voor deze gave: wees een vriend van hel Romeinsche volk, en indien gij mij voor een rechtschapen man houdt, weet dat er onder ons velen mijns gelijken zijn en dat geen volk op aarde genoemd mag worden, hetwelk gij u en de uwen minder tot vijand en meer tot vriend wenschen moogt .

Verrukt riep Allucius alle goden aan, opdat zij in zijne plaats Scipio voor die edelmoedige daad beloonen zouden. Toen de ouders en bloedverwanten der jonkvrouw geroepen werden, wilden dezen het losgeld, dat zij medegebracht hadden om liet meisje vrij te koopen, aan Scipio als een geschenk aanbieden. Hij nam liet aan, dewijl zij hem zoo dringend er om smeekten doch legde het daarop weer voor de bruid neder, met de woorden: »Ik geef u dit als mijn bruidsgeschenk tot uw uitzet".

Allucius keerde met do grootste blijdschap naar zijne vaderstad terug; hier maakte hij alom bekend, dat een goddelijk jongeling naar Spanje gekomen was, een jongeling, die alles voor zich zwichten deed, zoowel door wapengeweld, als door goedheid en weldaden. Hij bracht terstond eene bende van 1400 uitgelezen ruiters bijeen en sloot zich hiermede als bondgenoot der Romeinen bij Scipio's krijgsmacht aan.

Door zulke middelen wist Scipio zich binnen ongeloofelijk korten tijd een machtigen invloed op de bevolking van Spanje te verwerven. De Romeinsche senaat schonk hem een bewijs van zijne dankbaarheid, door hem voor onbepaalden tijd het opperbevelhebberschap op te dragen. Den winter van 209 op 208 gebruikte Scipio om zijne vloot te ontbinden en zijn leger met de matrozen te versterken; vervolgens marcheerde hij in het jaar 208 naar Andalusië. Hier trof hij het leger van Hasdrubal Barcas aan, die noordwaarts getrokken was, om zijn reeds lang gekoesterd plan uit te voeren en met zijn leger naar Italië op te rukken, ten einde zijne krijgsmacht daar met die van Hannibal te vereenigen.

Bij Baecula kwam het tot een treffen. Volgens het verhaal der Romeinsche geschiedschrijvers, heeft Scipio de overwinning behaald en zelfs 10,000 gevangenen gemaakt. . ..

We hebben echter het recht om de waarheid van dit bericht te betwijfelen, daar Scipio niet in staat was Hasdrubal van de uitvoering \an zijn plan terug te houden. Heeft de laatste werkelijk eene nederlaag geleden dan is hij de gevolgen daarvan binnen korten tijd te boven gekomen; hij bereikte zijn doel, zonder dat Scipio dit verhinderen kon. Met zijn leger, zijne olifanten en zijne krijgskas baande hij zich een weg naar de noordkust van Spanje, deze trok hij langs en zoo kwam hij door de westelijke passen der Pyreneën in Gallië, waar hij de winterkwartieren betrok.

In het volgend voorjaar zette hij zijn tocht voort langs denzelfden weg. dien Hannibal genomen had, en rukte hij over de Alpen naar Boven-Italie. Hier kwam hij in het jaar 207 gelukkig aan, nadat hij zijn leger door onafgebroken wervingen zoowel in Spanje als in Gallië op eene sterkte van 60,000 man gebracht had.

Sluiten