Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troepen ondersteund, drong in Attica binnen en verwoestte dat gewest te vuur en te zwaard. Ten gevolge van dezen inval vereenigden de Atheners zich met de Rhodiërs en koning Atlalus tegen Philippus; zij zonden een gezantschap naar Rome met bittere klachten over de gepleegde vredebreuk. Te Rome bracht de vraag: «oorlog of vrede?" eene groote opschudding teweeg. De adel wenschte den oorlog, die hem de gelegenheid aanbood om zich op het slagveld te onderscheiden; de schitterende uitslag van den Punischen veldtocht hield den patriciërs een verleidelijk lokaas voor. Thans was er wel is waar geen sprake van een verdedigings- maar van een aanvallenden krijg, doch ook deze kon eene nieuwe uitbreiding van Rome's grondgebied ten gevolge hebben en de adel brandde reeds van begeerte om zijne heerschappij door nieuwe veroveringen verder uit te breiden.

Het volk daarentegen was die eeuwige oorlogen moede en wenschte eindelijk van de otters, door den krijg gevorderd, ontslagen te zijn. Wat ging't het volk aan, of het bevelwoord der gebieders in het oosten evenzeer als in het westen gehoorzaamd werd? Voor de burgers waren de grenzen der republiek ruim genoeg, zij hadden geen lust om hun bloed voor nieuwe veroveringen te vergieten. Toch besloot de senaat tot den oorlog. De consul Publius Sulpicius Galba ontving liet opperbevel over het naar Macedonië bestemde leger, met den last om een voorstel tot het verklaren van den oorlog aan Philippus van Macedonië in de volksvergadering in te dienen. Hij deed hel. Doch in de eerste vergadering der centuriën werd het voorstel des consuls bijna eenstemmig verworpen. Eene tweede volksvergadering, door Publius Sulpicius op het veld van Mars gehouden, zou tot een ander besluit komen. Op meesterlijke wijze wist de consul het volk aan het verstand te brengen, dat er hier niet van een aanvallenden, maar van een verdedigingskrijg tegen Macedonië sprake was. Volgens Livius riep hij den burgers toe: «Gij schijnt niet te weten, Quiriten, dat men u niet vraagt, of gij oorlog of vrede wilt; want Philippus, die zich te land en ter zee reeds krachtig ten strijde toerust, laat u geene keus meer over. Gij hebt alleen te beslissen , of gij de legioenen naar Macedonië zenden, dan wel den vijand in Italië afwachten wilt. Hadden wij in den laatr'en Punischen oorlog den Saguntijnen eene tijdige hulp aangebracht, dan zou de geheele krijg naar Spanje verplaatst zijn, door ons talmen zijn wij tot ons ongeluk oorzaak geweest dat hij naar Italië overgebracht is. Zullen wij nu door onze werkeloosheid het aanzien, dat Philippus Athene verovert, gelijk Hannibal Saguntum? Niet vijf maanden later, gelijk Hannibal, maar vijf dagen nadat hij uit de haven van Corinthe uitgeloopen is, zal hij in Italië zijn. Vergelijkt onzen tegenwoordigen toestand met dien, waarin wij ten tijde van Hannibals inval verkeerden. Hoe veel bloeiender was Italië toenmaals, hoe veel minder verzwakt onze macht! Iladt gij toen geen lust gehad om naar Afrika over te steken, dan zou heden ten dage Hannibal nog m Italië staan en Carthago niet overwonnen zijn. Wq hebben het ondervonden, dat onze wapenen meer geducht en gelukkiger zijn in het buitenland dan op den vaderlandschen grond. Gaat dan met den genadigen bijstand der goden tot de stemming over en keurt het voorstel der Vaders goed; dat raad niet alleen ik, de consul, u; dat raden u ook de onsterfelijke goden, die mij, toen ik bad en offerde, voorspoed en geluk voorspeld hebben.

Na deze rede liet de consul hel volk stemmen; hij had de gemoederen weten op te winden, de vergadering verklaarde zich voor den oorlog. Ten einde het volk daarmee nog meer te verzoenen, werden de daaraan verbonden lasten hoofdzakelijk op de schouders der bondgenooten gestapeld; uit de door hen geleverde contingenten werden de bezettingen van Gallië, Beneden-Italië, Sicilië en Sardinië, te zamen 20.000 man, samengesteld. De burgerij werd niet tot den krijgsdienst gedwongen; slechts vrijwilligers uit die troepen, welke tegen Hannibal gestreden hadden, zouden naar Macedonië trekken. Later kwam het aan het licht, dat de senaat zijn woord niet stipt gehouden had, daar de

Sluiten