Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iien veroverde Thessalische steden niet terug. Thessalië werd in vier kleine

eedgenootschappen verdeeld. .

Sparta zag zich onder den krijgshaftigen tyran Nabis tot een nieuwen trap van macht verheven. De Romeinen beloonden daarom hun bondgenoot voor zijne vroegere trouweloosheid jegens Philippus van Macedonië, met den eisen, dat hij Argo en de Laconische zeesteden zou afstaan, en toen hij dit weigerde, werd hem — op aansporing der Romeinen — op eene groole volksvergadering door de gezamenlijke Hellenen de oorlog verklaard. Een Romeinsch-Grieksch leger, waarbij zich ook een contingent van Philippus van Macedonie bevond, rukte in het jaar 195 v. Chr. tegen Sparta op. . . , ,

30,000 man waren onder de wapenen geroepen, ten einde den oortoc spoedig' tot eene beslissing te brengen. Nabis had van zijn kant ook eene aanzienlijke krijgsmacht op de been gebracht; om zoowel van zijne huurlingen als van de Spartanen geheel zeker te zijn, had hij voor het openen \an den veldtocht alle verdachten laten ter dood brengen. Hoe dapper de tyran ook streed, toch was hij niet bij machte om op den duur aan de vereenigde Grieksch-Romeinsche legers het hoofd te bieden. Wel verdedigde hg Spart,, dapper; zelfs toen de Romeinen de muren reeds beklommen en een deel der stad ingenomen hadden, werden zij daaruit weer verdreven, doordien Nabis de straten, waarin de vijand binnengedrongen was. in brand tiet steken, doch eindelijk moest hij toch het onderspit delven.

De Achaeërs drongen thans op de onttroning van den tyran aan; de uitgeweken Spartanen, die onder aanvoering van den wettigen koning Agesipons zich aan het Romeinsch-Grieksche leger aangesloten en dapper medegevochten hadden, wenschten dat de vroegere staatsregeling weer ingevoerd en dat zij in hunne voormalige bezittingen hersteld zouden worden. Doch van uit alle»

gebeurde niets. , , . ,

Sparta behield zijne onafhankelijkheid, de uitgewekenen ontvingen hunne bezittingen niet terug. Nabis bleef tyran der stad evenals te voren, alleen moest hij van Argos, Messene en de hem onderworpen sleden op treta atzien; hij moest de kust van Laconië afstaan en zich verplichten om noch oorlog ^ voeren, noch verbintenissen met builenlandsche rijken aan te gaan. tc ï s twee schepen mocht hij in het vervolg behouden.

Tevergeefs verzetten de Achaeërs zich er legen, dat de gehate tyran gespaard werd. Zij moesten zich naar den wil van Rome schikken, want juist uit vrees voor hen, opdat het Achaeïsch verbond niet tot de opperheerschappij over Griekenland geraken zou. werd Nabis in zijne bloedige regeering bevestigd.

In het jaar 194 v. Chr. waren eindelijk alle zaken in Griekenland zoo geregeld als Rome het wenschte. Flamininus kon thans het tooneel zijner zegepralen verlaten en al de Romeinsche troepen naar Rome terugvoeren, bei hif dit deed, riep hij nog eens de Hellenen te Corinthe bijeen; hier vermaande hij hen tot eendracht en tot trouw aan het Romeinsche bondgenootschap en vroeg hij als loon voor zijne weldaden van de Grieksche staten, dat alle Romeische burgers, die zich als slaven in Griekenland bevonden, aan de republiek teruggegeven zouden worden. De Hellenen willigden dit verzoek in, ofschoon het. hun aanzienlijke ollers kostte, want gedurende den tweeden Punischen oorlog waren vele Romeinsche krijgsgevangenen door de Urtliagers als slaven aan de Grieken verkocht; 1200 hunner werden alleen door lie Achaeïsch verbond opgekocht en den Romeinen teruggegeven. Flainininus hield te Rome een schitterenden zegetocht, Aan het gejuich des volks scheen geen eind te zullen komen, want vele familiën ontvingen door hem hunne dierbare bel rekkingen terug, die tot heden in slavernij gezucht hadden. De tweede Macedonische oorlog had den Romeinen een onnoemelijken buit aan gouu en zilver, aan kostbare kunstschatten en Iraai bewerkte wapenen opgeleverd en betrekkelijk geringe olïers gekost.

Sluiten