Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Phoeniciërs hadden bevel ontvangen om eene viool uit te rusten, die zich met de Syrische onder Hannibals aanvoering vereenigen zou. Dit plan mislukte echter; zoowel de Syrische als de Phoenicische vloot werd door de Romeinsche verslagen. Evenmin gelukte het Antiochus, de macht van koning Eumenes van Pergamum te vernietigen, voordat de Romeinen hem te hulp konden komen. Het geluk had zijne zijde verlaten; hij kon niet eens bondgenooten vinden. Koning Prusias van Rithynië, dien hij dringend om een bondgenootschap verzocht, bleef den Romeinen getrouw. Toen Antiochus bijna te gelijker tijd bet bericht van de nederlaag zijner vloot en van de aankomst der Romeinen aan den Hellespont ontving, verloor hij geheel en al liet hoofd. In plaats van al zijne krachten in te spannen, ten einde eene landing der Romeinen in Azië te beletten, liet bij die zeer kalm toe.

Den 4sten Maart, volgens de oude Romeinsche tijdrekening, volgens de nieuwere daarentegen omstreeks het einde van October des jaars 190, staken de Romeinen ongehinderd naar Azië over. Voor het eerst betrad een Romeinse!) leger den grond van dit werelddeel. De Romeinen konden niet onmiddellijk tot den aanval overgaan, want juist in dien tijd viel de viering van een godsdienstig feest in, gedurende hetwelk het leger niet mocht marcheeren.

Antiochus maakte van dit oponthoud gebruik om te beproeven of hij geene vredesonderhandelingen kon aanknoopen; hij bood aan de helft der krijgskosten te betalen en eenige steden in Klein-Azië af te staan. Ten einde de door hem voorgestelde vredesvoorwaarden te doen aannemen, poogde hij Scipio Africanus door rijke geschenken voor zich te winnen, terwijl hij bovendien den zoon des veldheers, die krijgsgevangen geraakt was, zonder losgeld terugzond.

Doch zulke middelen waren niet in staat den fleren Romein het pad van den plicht te doen verlaten; hij antwoordde den koning, dat er thans van dergelijke vredesvoorwaarden niet langer sprake kon zijn, dat Antiochus niet de helft, maar de geheele som der oorlogskosten vergoeden, niet eenige steden van voor-Azië, maar geheel dat land lot aan den Taurus afstaan moest. Met dit antwoord zond hij de gezanten terug; als bewijs van erkentelijkheid voor het vrijlaten van zijn zoon gaf hij bun den raad mee, dat zij Antiochus zouden aansporen om geen slag te wagen, maar die voorwaarden zonder bedenken aan te nemen. Doch hiertoe kon de koning niet besluiten; zelfs een ongelukkige slag kon hem niet meer doen verliezen dan uu van hem geëischt werd.

Rij de stad Magnesia aan den Sipylus ontmoetten het Aziatische en bel Romeinsche leger elkaar. Antiochus voerde 62,000 man voetvolk, 12,000 ruiters en 54 olifanten aan; bet Romeinsche leger bedroeg slechts ongeveer 30,000 man. Maar de troepen van Antiochus vormden een bont samenraapsel uit de meest verschillende Aziatische volksstammen, terwijl het leger der Romeinen bestond uit veteranen, gewoon te overwinnen.

Had Hannibal bet opperbevel gevoerd, dan zou zijn genie wellicht in weerwil van dit alles den Aziatischen krijgslieden don weg ter overwinning hebben gewezen, maar hij bevond zich op verren afstand bij de vloot. Antiochus wist den held, door een gelukkigen samenloop van omstandigheden op zijn weg hem te gemoet gevoerd, niet op de rechte waarde te schatten. De Romeinen behaalden eene schitterende zegepraal. Met het gering verlies van 24 ruiters en 300 man voetvolk versloegen zij bet Aziatische leger, van hetwelk 50,000 man met hunne lijken het slagveld bedekten.

De onderwerping van Klein-Azië was de vrucht dezer overwinning. De vernederde koning smeekte thans andermaal om vrede en verklaarde zich bereid om alle voorwaarden aan te nemen, die hem gesteld zouden worden, het waren dezelfde, welke hem reeds vóór den slag waren gesteld. Op dien voet kwam de vrede voorloopig tot stand, die echter eerst voor goed door Romeinsche gevolmachtigden gesloten zou worden, terwijl Antiochus tot dien tijd toe het Romeinsche leger in Klein-Azië onderhouden moest.

Sluiten