Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduchte wijze ten strijde moest toerusten, wanneer hij met de geringste lioop op goeden uitslag den oorlog tegen Rome wilde beginnen. Vóór alles moest hij de gezonken macht van Macedonië herstellen en eene goede krijgskas bijeenbrengen, om zich de noodige hulpmiddelen tot den krijg te verschallen. Dit deed hij dan ook.

Ten einde de ontvolkte Macedonische gewesten weer te bevolken, lokte hij Thracisclie kolonisten naar zijn land, op wier krijgshaftigheid en trouw hij zich verlaten kon. De noordelijke grenzen van zijn land beveiligde hij tegen de invallen der barbaarsche volken, door het verwoesten van de gewesten, die Macedonië ten noorden begrensden en door het bouwen van nieuwe steden in de noordelijke provinciën.

Sinds den oorlog met Antiochus was de bepaling van het vredesverdrag, volgens hetwelk hij slechts een leger van 5000 man onder de wapenen mocht houden, langzamerhand in vergetelheid geraakt. Hij maakte van deze omstandigheid gebruik om zijne krijgsmacht te versterken; weldra had hij 30,000 man onder de wapens, die hij in voortdurende oorlogen tegen de Thracische grensbewoners uitstekend oefende.

Ten einde zijne schatkist te vullen, begunstigde Philippus den handel en den landbouw; deze namen eene hooge vlucht, de mijnwerken leverden rijke opbrengsten, de tollen en tienden verschaften den staat overvloedige inkomsten. Zoo gelukte het den koning, zijn tuighuis en zijne voorraadschuren te vullen, een aantal wapens aan te schaffen voor een driemaal sterker leger dan waarover hij op dit oogenblik kon beschikken, en eene krijgskas bijeen te brengen, die voldoende was om 10,000 man huurtroepen gedurende 10 jaren te onderhouden. ...

Al deze maatregelen vorderden een tijdsverloop van vele jaren. Philippus onderdrukte gedurende dien tijd zijn haat tegen de Romeinen. In zijne onderhandelingen met hen betoonde hij zich den bereidvaardigste en gehoorzaamste der bondgenooten, terwijl hij toch geen vuriger wensch koesterde dan zich zoo spoedig mogelijk van dat lastig bondgenootschap te ontslaan. Hij gaf in zijne laatste levensjaren blijk van een onwankelbare trouw aan zijne beginselen, van eene kalme en onverzettelijke volharding in het najagen van zijn doel, welke hem, zoo hij die in zijne jeugd bezeten had, ongetwijfeld tot de overwinning gevoerd zou hebben. Hoe moeilijk het hem ook viel zich zoo gedwee jegens de Romeinen te gedragen, hij schikte zich naar hunne eischen; zijn wrok en wrevel vierde hij slechts aan zijne ongelukkige onderdanen bot, die menigmaal veel van hem te lijden hadden.

Hoe zorgvuldig de Macedonische vorst, zijne krijgstoerustingen ook voor de oogen der Romeinen poogde te verbergen, dit gelukte hem toch niet volkomen, want Rome werd door voortreffelijke spionnen bediend. De Romeinsche senaat werd ongerust. Slechts met moeite wist Philippus den vrede nog in stand te houden, aan welks behoud hem veel gelegen was, daar hij zich nog niet sterk genoeg gevoelde om oorlog te voeren. Met dit doel zond hij zijn jongslen zoon Demetrius naar Rome, om met den senaat te onderhandelen.

Demetrius had vele jaren te Rome als gijzelaar doorgebracht en zich onder den hoogsten adel vele vrienden verworven. Hij vond dus bij de senatoren eene bij uitstek vriendelijke ontvangst. De Romeinsche staatkunde gebruikte den jongeling als werktuig om onrust in het Macedonische vorstenhuis te verwekken.

Demetrius zag zich gedurende zijn verblijf te Rome in het jaar 183 met alle mogelijke blijken van oplettendheid overladen, zijne zending werd met het beste gevolg bekroond. De senaat besloot, ook van zijn kant gezanten tot Philippus van Macedonië te zenden, die den vorst moesten meedeelen, dat Rome met de meest mogelijke zachtmoedigheid en toegevendheid den vrede bewaren wilde, doch dat hij deze zachte behandeling alleen aan zijn zoon Demetrius te danken had; dat de senaat, dewijl deze een oprecht vriend van

Sluiten