Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konings waren het natuurlijk gevolg van die beslissing; hij maakte zich van de stad Tusca met de aangrenzende landerijen meester. Opnieuw poogden de Carthagers te Rome rechl te erlangen. Hierop werd eene Romeinsche coinmissie naar Afrika gezonden, zij beslechtte den twist niet, maar had evenwel in een ander opzicht een belangrijk gevolg, want de Romeinsche gezant, die aan het hoofd der commissie stond, de oude Marcus Porcius Cato was toen (loG v. Chr.) de invloedrijkste man in den Romeinschen senaat. Met eigen oog had hij zich overtuigd van den rijkdom der Carthagers en van den \ernieuwden bloei der stad; hij had gezien dat tuighuizen met wapenen van allerlei soort gevuld waren en hij vreesde dat de sterk in aantal toegenomen bevolking, wanneer haar de lust bekroop om de wapenen tegen Rome op te vatten, een nieuwen en zwaren oorlog zou doen ontbranden.

Cato gevoelde niet de minste sympathie voor de vrijheid van vreemde naties, Rome's grootheid was zijn eenig ideaal. Toen hij uil Afrika wastetuggekeerd. verkondigde hij in den senaat onophoudelijk deze eene stelling, da Rome niet eer van zijne heerschappij zeker zou zijn, voordat Carthago verdelgd was. Elke redevoering, welke hij in den senaat hield, besloot hij met ue woorden: iCeterum renseo Cartlingineni esse delendam, daarenboven ben ik van oordeel, dal Carthago verdelgd moet worden . Met onverbiddelijke gestrengheid herhaalde hij dezen eisch en hij zette door meer dan een kleinen

kunstgreep daaraan kracht bij. .

Eens liet hij in den senaat aan het slot zijner rede eenige prachtige vijgen uit zijne toga vallen, en toen men do schoonheid en frischheid dezer vruchten bewonderde, zeide hij; »Voor drie dagen zijn ze te Carthago geplukt , hij wilde daarmede aantoonen, hoe nabij de machtigste en onverzoenlijksle vijand

der Romeinen was. .. . . .

Wel bestond er in den Romeinschen senaat eene partij, die even krachtig vóór, als Cato tegen Carthago pleitte; wel verklaarde Publius Cornelius Scipio Nasica, een invloedrijk man, dat eene verovering van Carthago de dreigendste gevaren voor hel vaderland na zich zou sleepen, dat Rome, van zulke eene mededingster ontslagen, weldra de kracht van den staat zou laten insluimeren; wel toonde hij aan, welk een gruwelijk onrecht men zou plegen, door Carthago zonder reden den oorlog aan Ie doen, maar zijne aanhangers bezaten niet de meerderheid in den senaat. Cato wist zijn gevoelen te doen zegevieien en thans kwam het er slechts op aan, eene aanleiding tot een nieuwen ooi log te vinden. Die aanleiding zou zich niet lang laten wachten. - in

Drie partijen betwistten elkander te Carthago de heerschappij; de l\omeinsche partij. die voor den slaat alleen heil zag in de aansluiting aan Rome, de partij van Massinissa, die alleen van eene nauwe verbintenis met den INumidischen vorst de redding van Carthago verwachtte, en de partij der onalhankelijken, die de veiligheid van den staat wilden vestigen op zijne eigen krachtsontwikkeling en op eene vrije, democratische staatsregeling.

De democratische partij verkreeg gaandeweg de bovenhand 111 den senaat. De Romeinen met hunne onrechtvaardige vonnissen. Massinissa met zijne veroveringen waren zelf oorzaak, dat Hasdrubal en Carthalo, de hooiden dei democraten, hel overwicht verkregen, dat de senaat het besluit nam om Massinissa, wanneer hij opnieuw het grondgebied der stad aantastte, met geweld van wapenen te verdrijven. Veertig van de meest bekende aanhangers des Numidischen konings werden uit do stad verbannen, een steik legei weid onder de wapenen geroepen. Dit geschiedde in het jaar lai v. Chr.

Massinissa was bij al zijne dapperheid toch een listig diplomaat; hij wist van de maatregelen, door de democratische partij genomen, in zijn voordeel gebruik te maken. Hij wendde zich namelijk tot de Romeinen met de verklaring, dat hij zich geheel en al aan hunne scheidsrechterlijke uitspiaak over eenige geschilpunten ten aanzien van grondgebied wilde onderwerpen. Hij maakte hen er opmerkzaam op, dat bij zijne bereidvaardigheid 0111 eene

Sluiten