Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten gevolge van het ambt, dat hij bekleedde, zoo lang kon niemand hetzij door geboorte, door rijkdom of' door eerzucht voor den staat gevaarlijk worden. De eenvoudige leefwijze, die door den rijksten burger evengoed als door den armsten moest gevolgd worden, en die het ten toon spreiden van pracht en praal verbood, deed den rijkdom zijne beteekenis verliezen. De strenge tucht, zoowel in vredes- als in oorlogstijd, hield de meest mogelijke orde in den staat en in het leger in stand; het jaarlijksch aftreden van staatsbeambten en krijgsbevelhebbers verhinderde dat één man zich eene uitsluitende, met de republikeinsche vrijheid strijdige niachl verwerven kon.

Al die instellingen, waarop de bloei en de innerlijke kracht van den Romeinschen staat gegrond waren, werden gedurende de Punische oorlogen van jaar tot jaar meer ondermijnd, om eindelijk geheel te worden vernietigd. De Romeinsche burgers, die in bet leger dienden, kwamen van zeer nabij in aanraking met de ontaarde Grieken, leerden hunne weelderige leefwijze kennen en volgden het voorbeeld der overwonnenen na. Zoowel onder de lagere volksklasse als onder den adel verdween de vroegere eenvoud en gestrengheid van zeden.

Hoe veel moeite enkele uitstekende mannen en boven allen Marcus Porcius Cato zich ook gaven, om den vroegeren eenvoud van leefwijze bij hunne volksgenooten in stand te houden, ofschoon zij zelfs wetten tegen weelde en overdaad wisten in te voeren, toch konden zij tegen den stroom niet oproeien. De Helleensche zeden verkregen langzamerhand te Home hel burgerrecht en voerden in haar gevolg ook de ondeugden der Grieken de hoofdstad der wereld binnen.

Met den trek naar zingenot ontwaakte ook het streven naar rijkdom, die alleen de middelen om te genieten verschaften kon. Terwijl vroeger de Romeinsche staatslieden en veldheeren het goud veracht hadden, terwijl zij, gelijk een Fabricius en anderen, den staat met onwankelbare trouw gediend hadden, volgden de fiere overwinnaars thans de Grieken na en trokken partij van de ambten, door hen bekleed, om voor zich zelf macht en rijkdom te verwerven.

De schatten, die uit de veroverde landen naar Rome gesleept werden, vulden de schatkist dermate, dat men van de burgers geen belastingen meer behoefde te heffen. De overwonnen volken moesten in de behoeften van den Romeinschen staat voorzien.

Cnejus Manlius stortte niet minder dan 220,000 pond goud, 2103 pond zilver en een onnoemlijken voorraad gemunt geld na den Aziatischen oorlog in de schatkist en stelde den rijken buit bij zijn zegetocht ten toon. Ook na den tweeden Macedonischen oorlog bedroeg de waarde van het edel metaal, dat Aemilius Paulus tol het vieren van zijn triomf naar Rome overvoerde, ongeveer 17 millioen gulden van onze munt.

Indien aan den éénen kant, ten gevolge van zulke aanzienlijke buitgemaakte schatten en van de schattingen, die uit de wingewesten in de staatskas vloeiden, het volk het voordeel genoot, dat het niet meer, gelijk vroeger, tot de huishouding van den staat behoefde bij te dragen, toch was hiermee aan den anderen kant het nadeel verbonden, dat de groote volksmenigte aan het brengen van offers ten behoeve van het algemeen belang ontwend werd, dat zij in plaats van den staal te dienen, voordeel van hem trekken wilde.

Reeds vroeger hebben wij uiteengezet, welk een nadeeligen invloed zulk een staat van zaken op de ontwikkeling van het staatkundig leven te Athene uitoefende. Dezelfde oorzaak bracht ook te Rome dezelfde uitwerking teweeg. Het Romeinsche volk begon van lieverlede de vreemde naties als de natuurlijke belastingschuldigen, zich zelf als den bevoorrechten ontvanger te beschouwen. De Romeinsche burgers verloren de bereidvaardigheid om offers ten nutte van den staat te brengen. Zij wilden hem in 't vervolg niets meer geven, maar wel van hem ontvangen. Werden zij gedwongen om de wapenen op te vatten, dan poogden zij ook van den krijgsdienst zooveel mogelijk partij te trekken; hunne hebzucht verleidde hen tot daden van wreedheid en geweld,

Sluiten