Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verachter van hel vrouwelijk geslacht, hij sprak dit openlijk uit in eene rede, ten voordeele van de Oppische wet gehouden. Eenige plaatsen daaruit, die ons zoowel zijne denkbeelden als den te Rome bestaanden toestand met groote juistheid doen kennen, willen wij onzen lezers, volgens het verhaal van Livius, meedeelen. Hij sprak:

«Reeds dikwijls, Quiriten, hebt gij mij over den opschik der vrouwen en mannen hooren klagen; ik heb u verklaard, dat de burgerij aan twee tegenovergestelde gebreken, aan hebzucht en verkwisting, lijdt; beide zijn aanstekelijke ziekten, die tot dusver nog elk groot rijk te gronde gericht hebben. Ik vrees dat zij, hoe beter en verblijdender de toestand van onzen staat met eiken dag wordt, hoe meer onze heerschappij zich uitbreidt, zoodat die zich reeds over die landen, waar alle aanlokselen van den lust gevonden worden, over Griekenland en Azië, uitstrekt, en wij koninklijke schatten bezitten, des te meer, zeg ik, vrees ik, dat zij veeleer ons onderworpen hebben dan wij hen. Gelooft mij, de standbeelden uit Syracuse zijn als vijanden in onze stad gebracht; al te zeer hoor ik de kunstgewrochten van Corinthe en Athene prijzen en bewonderen en hoor ik de aarden godenbeelden der Romeinen op onze gevels bespotten; doch ik houd meer van deze ons genadige godheden, en gunstig zullen zij, naar ik hoop, ons gezind blijven, wanneer wij hen op hunne plaats laten. In de dagen onzer vaderen poogde Pyrrhus door zijn gezant Cineas niet allen de mannen, maar ook de vrouwen met geschenken om te koopen; toen bestond er geene Oppische wet om de weelde bij de vrouwen te beperken, en toch nam geene enkele vrouw een geschenk aan; en op welken grond, meent gij? Op denzelfden grond, waarom onze voorvaderen hieromtrent geene wet kenden. Er bestond toen nog geene praalzucht, welke bestreden had moeten worden, daarom is het niet te verwonderen, dat men toen noch de Oppische, noch eene andere wet om de pronkziekte der vrouwen te beperken, noodig keurde; zij namen immers, wanneer men haar goud en purper wilde schenken, ook zonder wet niets aan. Doch wanneer Cineas thans met zijne geschenken de stad doorwandelde, dan zou hij zeker wel op de openbare straat vrouwen vinden, die ze aannamen".

Iloe krachtig Cato zich ook tegen de afschaffing van de wet verzette, zijn tegenstand was toch vruchteloos, de vrouwen behaalden eindelijk de overwinning. Dagelijks vertoonden zij zich in grooter aantal op de straten, ze belegerden de deuren van die tribunen, die tegen de afschaffing van de wet waren, en lieten niet af, voordat zij de steenen harten der mannen vermurwd hadden. In het twintigste jaar, nadat de Oppische wet afgekondigd was, werd zij weer ingetrokken. Dit is een belangrijk teeken des tijds. Inderdaad was de opheffing van de wet noodzakelijk geworden door de verandering, die in de denkbeelden der Romeinen had plaats gegrepen en die niet langer door krachtelooze weeldewetten tegengegaan kon worden.

Hel voorbeeld der aanzienlijken in het ten loon spreiden van pracht en weelde werd natuurlijk door het volk gevolgd en ook de staat zelf begunstigde meer en meer deze ontwakende neiging door de luisterrijke plechtigheden, waarmede hij de triumftochten der zegevierend terugkeerende veldheeren vergezeld deed gaan. Twee voorbeelden mogen dit onzen lezers aanschouwelijk maken, de korte schets van den triomf, door Lucius Aemilius Paulus na zijne zegepraal over koning Perseus van Macedonië gevierd, en die van een adellijken lijkstoet.

Het was Aemilius niet licht gevallen zich de eer van den triomf, die anders aan alle zegevierende veldheeren toegestaan werd, te verwerven; want hij had zich door zijne rechtschapenheid, door de gestrengheid, waarmede hij de krijgstucht in het leger hersteld had, vele vijanden gemaakt. In strijd met de oud-Romeinsche zeden werd hij daarom door zijne tegenstanders aangevallen; doch nog was het volk niet zóó ontaard, dat het mogelijk zou geweest zijn, der ware verdienste de kroon van het hoofd te rukken. Lucius Aemilius Paulus hield een zegetocht, die alle vorige plechtigheden van dien aard verre in luister overtrof.

Sluiten